GuedesBolsonaro

In een video die president Bolsonaro gisteren verspreidde via de sociale media, reageerde hij heftig op de krantenkoppen van de dag en ontkende dat hij de pensioenen zou bevriezen en uitkeringen zou inkrimpen van arme en mindervaliden. Die informatie vertrok vanuit het ministerie van Economie.

De president zei dat wie dergelijke voorstellen doet – toegevend dat het iemand uit zijn eigen regering was – verdient om ontslagen te worden (de uitspraak kwam van Waldery Rodrigues, secretaris bij het ministerie van financiën). Hij gebruikte hierbij een metafoor uit de voetbalwereld: “Wie het in zijn hoofd haalt om bij mij te komen met een dergelijk voorstel, mag zich aan een rode kaart verwachten. Zo iemand heeft geen hart, geen enkel begrip voor de omstandigheden waarin gepensioneerden moeten leven. Het kan best zijn dat iemand van de economische ploeg het hierover had, maar de regering zal nooit de pensioenen bevriezen”.

Bolsonaro voegde eraan toe dat de Bolsa Família zal blijven bestaan, tot aan het einde van zijn regering: “In mijn regering, tot 2022, zijn de woorden ‘Renda Brasil’ verboden. Wij gaan door met de Bolsa Família, punt aan de lijn”.

Wie met rode kaken achterbleef na de uitspraken van Bolsonaro, was zijn superminister Paulo Guedes, ook al verklaarde die dat de rode kaart waar de president het over had, niet voor hem bestemd was. Hoe dan ook, het plan van de minister, geconcentreerd op tewerkstelling en inkomen, verliet het programma van de noodhulp en keert terug naar het eerdere voorstel om de inkomstenbelasting te verlagen. De vervanging werd in allerijl beslist nadat Guedes op het matje geroepen werd in het Palácio do Planalto.

Het idee bestaat erin om snel te handelen om de tewerkstelling te stimuleren. Guedes garandeerde hierbij dat de beste weg hiertoe bestaat in een heffing op financiële verrichtingen, in de voetsporen van de – destijds gehate CPMF* – in te voeren. Bolsonaro houdt ook niet van dit idee, maar in zijn visie zou de heffing een kleinere impact hebben op de lage inkomensgroep, kleiner dan de bevriezing van de pensioenen of andere bezuinigingen.

*CPMF

De CPMF bracht R$ 2,2 miljard op tussen 1996 en 2007, een pak geld. Het prototype van de heffing zag het leven in 1994 in de regering van Itamar Franco, maar duurde slechts 1 jaar. Onder president Fernando Henrique Cardoso werd de bijdrage opnieuw ingevoerd, in 1996. De Brazilianen kregen toen te horen dat het geld moest dienen voor de gezondheidszorg en investeringen in die sector. De belasting werd op alle types van financiële verrichtingen geheven, behalve:

– Verrichtingen tussen bankrekeningen van dezelfde persoon
– Beursverrichtingen
– Innen van pensioenen
– Werkloosheidsverzekeringen
– Lonen

Gezondheid was een nobel doel, en er waren maar weinig protesten tegen de heffing. Die kwamen er wel toen het percentage van de heffing verhoogd werd van 0,2% naar 0,38%, per verrichting. Daarnaast werd het geld niet alleen meer gebruikt voor de gezondheidszorg, maar moest het plots ook dienen om andere tekorten in de begroting te dekken. De protesten verhoogden en uiteindelijk werd de CPMF afgeschaft in 2007, een forse nederlaag voor de regering Lula in die tijd. Opvolgster Dilma deed een schuchtere poging om de ontvangsten van een eventuele herinvoering te berekenen en op te nemen in de begroting van 2015, maar het parlement reageerde meteen en weigerde. Ook Dilma leed een nederlaag en werd zelfs uitgejouwd in de Kamer.

Tegenstanders argumenteren dat de taks bedrijven ontmoedigt en dat de economie hierdoor benadeelt wordt. Voor het OCDE (Organização para a Cooperação e Desenvolvimento Econômico) is de CPMF de tweede meest gehate belasting, na de belasting op inkomsten. Nogal wat Brazilianen hebben bedenkingen over het nut van de heffing, voornamelijk over de manier waarop ze geheven wordt. Het is zelfs een wrede manier om belastingen te innen omdat er niet gekeken wordt naar de individuele koopkracht van de belastingbetalers. Arme of minder gefortuneerde leden van de bevolking kennen dezelfde belastingdruk zonder dat er rekening gehouden wordt met de individuele mogelijkheden, of anders gezegd met het principe “rijken betalen meer, armen betalen minder”.

Daarnaast stimuleert deze vorm van belasting een vlucht naar de informaliteit. Kleine zelfstandigen en dito ondernemingen ontvluchten de officiële financiële diensten (banken) om de belasting te ontwijken. Bovendien worden producten duurder omdat de heffing een invloed heeft op elke stap in de productie. Die kosten worden doorgerekend aan de consument met een stijgende inflatie als gevolg.

Bron

Foto: Marcos Corrêa - PR