BolLula

Het staat niet goed om te zeggen dat een polarisatie tussen Bolsonaro en Lula in de run op het presidentschap in 2022 goed zou zijn voor Brazilië. Maar dat moet wel gezien worden in het perspectief van het Braziliaanse partijsysteem, zo schrijft columnist Alberto Carlos Almeida.

Brazilië is het land met het grootste aantal politieke partijen ter wereld, een duidelijk gebrek aan efficiëntie. Het aantal betaalde ambtenaren en raadgevers van al die politici steeg met 40% sinds 1990. Fernando Collor, president van 1990 tot 1992, begon zijn ambt met 12 ministeries. Bolsonaro moet vandaag vechten om het aantal ministeries beneden 25 te houden. De groei van het aantal betaalde postjes en ministeries heeft alles te maken met de groei van het aantal politieke partijen in die periode.

Vandaag zitten er 16 verschillende effectieve partijen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Effectieve partijen zijn deze die minstens 2,5 á 3% van de zetels bezetten. Op de tweede plaats in de wereldranglijst op dit vlak staan Nederland, Indonesië, Bosnië en Herzegovina, met slechts 9 effectieve partijen. Geen enkel land ter wereld heeft tussen 10 en 15 effectieve partijen in het parlement. Minder dan 120 landen hebben tot 6 effectieve partijen; slechts 14 landen hebben meer dan dat.

Het resultaat van deze situatie is dat veel politici met weinig of geen stemmen, wel een partij hebben die van hen is. Marina Silva (Rede Sustentabilidade) haalde 1% bij de presidentsverkiezingen van 2018, en heeft haar eigen partij. Roberto Freire is een recordhouder als voorzitter van de partij Cidadania (die al enkele malen van naam veranderde), langer dan de pausen Petrus (37 jaren) en Pius IX (31 jaren) baas waren over de katholieke kerk, een redelijk absurde vaststelling.

Het verbod op coalities voor raadsleden en volksvertegenwoordigers dat vanaf 2020 ingaat, zal een drastische vermindering van het aantal partijen als resultaat hebben. Velen die nu nog bestaan, danken hun overleving aan het feit dat ze in het verleden een of twee goede stemtrekkers inzetten die een verband houden met andere partijen. Orlando Silva van de PCdoB bijvoorbeeld, haalde het dankzij de stemmen van de PT. Mocht hij niet over die coalitie beschikken, dan zou hij niet verkozen zijn. Het einde van die coalities betekent het einde van de kleine partijen. Als dit leidt tot een concentratie van de stemmen op twee bekende en grote leiders, dan is dat beter.

Een geschil tussen Bolsonaro en Lula zou er op beslissende wijze toe bijdragen dat de inefficiëntie van het Braziliaanse partijsysteem gecorrigeerd wordt. Dergelijk geschil zou de stemmen voor de president concentreren waardoor die op zijn beurt stemmen naar de wetgevende macht zou trekken. Ongeacht wie de winnaar zou zijn, is het zeer waarschijnlijk dat aan het einde van het verkiezingsproces er een twee (grote) partijen systeem zou ontstaan, met de PSL aan de ene kant (indien Bolsonaro zich zou gedragen als de verloren zoon die terug naar huis keert), en de PT aan de andere kant.

Vele mensen die zeggen dat de instituten niet werken, hebben het nooit over het partijsysteem. Dat systeem vraagt vandaag en grote koerscorrectie. Het werkt wel, maar met een enorm gebrek aan efficiëntie. Een presidentieel dispuut tussen de grote leiders van links en rechts, zou flink bijdragen tot een normaal politiek systeem waarbij de twee belangrijkste stromingen van de maatschappij vertegenwoordigd worden.

Bron

Foto: Carolina Antunes - PR / Wikimedia Commons