CovCross

Bovenstaande uitspraak komt van de president van een land dat dit weekend een totaal van 50.000 doden overschrijdt, overleden aan de gevolgen van een besmetting met het coronavirus. In gans Latijns-Amerika zijn er officieel 2 miljoen geïnfecteerden, waarvan de helft in Brazilië. Niettegenstaande dit alles, toont een groot deel van de Brazilianen zich voortijdig op zijn gemak, is het niet eens met de beperkingen die opgelegd worden door de overheid en lijkt losgekoppeld van de realiteit.

Het gaat om een groep mensen die blijkbaar niet onder de indruk is van het hoge aantal doden, een groep die zich aansluit bij het koor van dwazen waarin de krachtigste stem afkomstig is van de president. Overal in Brazilië zijn lui te vinden die (stiekem) feestjes organiseren, dansen, ziekenhuizen binnenvallen, mensen aanvallen die eer brengen aan de overledenen, agressief optreden tegen gezondheidsinspecteurs, overbodige aankopen doen en onnodige samenscholingen veroorzaken.

CovBolsDe president veroorzaakt zelf samenscholingen en is vaak de enige zonder mondmasker.

Mensen uit alle klassen, leeftijden, van diverse geloofsovertuigingen en etnische groepen handelen nog steeds op een onverantwoorde wijze, verwijzen naar covid-19 als een “griepje” of “kletskoek”, en dragen op die manier bij aan de uitbreiding van de pandemie waarvan Brazilië stilaan het epicentrum werd. En de cijfers blijven stijgen. Toch blijven velen, waaronder politici en autoriteiten, weigeren om het risico van de ziekte te erkennen en om samen te werken om de verspreiding in te dijken. Integendeel zelfs, ze dragen bij aan onverantwoorde acties die de sociale spanning verhogen. Dit is het geval in diverse hospitalen en gezondheidscentra van het land waar mensen binnendrongen om er het aantal beschikbare bedden te filmen, hiertoe aangemoedigd door president Bolsonaro. Voor hem worden de officiële cijfers kunstmatig verhoogd, eraan toevoegend: “Niemand kwam tot nog toe om het leven door een gebrek aan beademingstoestellen of IC-bedden”. Het volstaat al om de situatie van de voorbije dagen te ontleden in Natal – Rio Grande do Norte om te weten dat dit niet klopt. De president en zijn bondgenoten zijn van mening dat het allemaal het gevolg is van een linkse truc om de regering omver te werpen.

CovShopMarcCamarABrHoera! De shopping gaat weer open!

Er kan bij een bepaald deel van de bevolking een zekere wreedheid en gebrek aan empathie vastgesteld worden, leidend tot de vraag of de bekende Braziliaanse hartelijkheid misschien een misvatting is. Minstens vijf hospitalen kenden een invasie in de voorbije week, respectloze acties die in niets bijdragen om de moeilijke situatie het hoofd te bieden, bovendien beledigend voor de zieken en de overledenen. Een van die invallen vond plaats in het ziekenhuis Ronaldo Gazolla in Acari (Rio de Janeiro), een referentie in de behandeling van covid-19 patiënten, een rel veroorzakend op afdelingen die uitsluitend voorbehouden waren aan patiënten en medisch personeel. Een vrouw trapte deuren in, gooide computers omver en probeerde binnen te dringen in de kamers. Het groepje schreeuwde dat er gelogen werd en dat zij het recht hadden om de bedden te inspecteren, om te zien of ze echt bezet waren.

Een dag later bracht een groep van zes provincieraadsleden een zogenaamd “verrassingsbezoek” aan het ziekenhuis Dória Silva, in Serra – Espírito Santo. Zij wilden controleren of de officiële gegevens van het ministerie van Volksgezondheid over het aantal bezette bedden, juist waren. Het ging om leden van rechtse en centrumrechtse partijen als Patriota, Avante, PSL, Republicanos en de PSDB. De openbare aanklager van de deelstaat beschouwde de inval als een wetsovertreding en diende aan aanklacht in bij het openbaar ministerie tegen de zes raadsleden.

Andere invasies door parlementsleden vonden plaats in het Federaal District, São Paulo en in Bahia. Capitão Alden (PSL) viel het voormalig hotel Riverside in Lauro de Freitas (Bahia) binnen, nu omgevormd tot een hospitaal voor covid-19 patiënten, om de bedden te filmen. Hij dreigde hierbij om medisch personeel te arresteren. Alden is een lid van de militaire politie en droeg een wapen. Een gelijkaardige actie vond plaats in het veldhospitaal van Anhembi – São Paulo.

De invasies van ziekenhuizen maken deel uit van een negationistische campagne die de mensen aanzet om de pandemie niet ernstig te nemen, of om met een beschuldigende vinger naar de patiënten te wijzen. Het aantal doden en het gebruik van mondmaskers wordt in vraag gesteld. Het legertje dwazen ging zover om een vredevolle demonstratie van de sociale beweging Rio de Paz aan te vallen, op het strand van Copacabana (Rio de Janeiro). Veertig vrijwilligers plaatsten houten kruisen in het zand aan 100 grafkuilen. Een Bolsonaro aanhanger liep later het strand op en begon de kruisen uit te rukken. Enkele andere aanhangers die toekeken, gaven kritiek op “links”.

Net op dat moment maakte taxibestuurder Marcio Antonio do Nascimento een wandeling en was getuige van het incident. Ook hij ging het strand op, maar plaatste de kruisen terug in het zand. Marcio (55) is de vader van een covid-19 slachtoffer, met name zijn zoon Hugo die onlangs overleed aan de gevolgen van de ziekte. Hugo was 25 en laat een kind na van vier. Marcio: “Ik keur de actie van Rio de Paz goed, maar toen ik die kerel de kruisen zag verwijderen, vond ik dat een gebrek aan respect, en zag het beeld van mijn zoon voor mijn ogen. Enkele omstaanders stonden te lachen, en toen werd ik opnieuw geraakt door de pijn van een vader die zijn zoon verliest. Dat is geen politiek, dat is de pijn van een vader”.

Marcio zei ook dat hij het vermijdt om de nieuwsberichten omtrent de pandemie te volgen, omdat het beleid van de overheid hem dwars zit. Hij herinnerde hierbij aan de woorden van de president (Iedereen gaat dood op een dag. So what?): “Hoe kan hij zoiets zeggen? Dergelijke onverschilligheid stoort mij al heel lang. Mensen die dit doen, zijn meer bezig met politiek dan met het menselijk leven”.

Bron: Istoé – Eles estão morrendo, e daí?

Foto's: Fotos Públicas - Elineudo Meira
Marcelo Camargo - Agência Brasil / Alan Santos - PR