GleisiUOL

Bovenstaande titel zou een omschrijving kunnen zijn voor het interview met de voorzitster van de arbeiderspartij (PT) Gleisi Hoffmann, uitgevoerd door UOL, maar kan ook vervangen worden door “dromen zijn bedrog”.

Gleisi (54) zei dat haar partij voorstander is van een impeachment procedure tegen president Bolsonaro en zijn vicepresident, generaal Hamilton Mourão (PRTB). Met dat scenario in het achterhoofd, verdedigt zij een wetswijziging waardoor er meteen opnieuw verkiezingen kunnen komen.

“Het volstaat niet om Bolsonaro te verwijderen en Paulo Guedes (minister van Economie) achter te laten met zijn politiek die Brazilië naar de afgrond leidt. Dit jaar zal eindigen met een daling van 8 percentuele punten in de economie; de kop van Guedes is niet de kop van deze natie, maar slechts die van een deel van de bevolking”, aldus de volksvertegenwoordigster in een gesprek met de columnisten Tales Faria en Thaís Oyama.

LulaRSTRTLula liet zelf al enkele malen blijken dat hij geen kandidaat meer wil zijn.

Gleisi vermeed het om te praten over de presidentiële verkiezingen van 2022 en over mogelijke allianties, maar zei dat de partij zou wensen dat ex-president Luiz Inácio Lula da Silva dan kandidaat is (Lula zou dan 77 zijn):

“De capaciteit van Ciro Gomes (PDT) zweeft tussen 10 en 12% (bij presidentiële verkiezingen). Heeft hij de PT nodig? Zou dat bepaald worden door de sterkte van de PT? Als eender welke leider de kracht van de PT nodig heeft (om verkozen te worden), dan moet die kracht erkend worden”, zo klonk het antwoord op de vraag over de kansen van Gomes.

Over het impeachment verzoek tegen Bolsonaro, een initiatief dat weerstand ondervond binnen de PT, zei Gleisi dat het gaat om een “collectief verzoek van 7 verschillende partijen, 400 entiteiten en een reeks juristen en leiders”.

De tekst van dat verzoek is gebaseerd op de beschuldigingen, geuit door ex-rechter en ex-minister van Justitie Sérgio Moro toen die onlangs de regering verliet. Moro zei dat de president probeerde tussen te komen bij de federale politie.

Is dat dan geen paradox, in aanmerking genomen dat het Moro was die Lula veroordeelde en achter de tralies liet zetten in de zaak van het triplex-appartement in Guarujá? Gleisi antwoordde hierop dat er van tegenstellingen “van hun kant” moet geprofiteerd worden.

“We dienden een klacht in tegen Bolsonaro en Moro wegens nalatigheid. Hij zag alles wat Bolsonaro uitspookte en klaagde dat pas anderhalf jaar later aan. Hij nam deel aan diverse vergaderingen, zoals deze die wij te zien kregen. Op het moment dat hij zag dat het moeilijk werd, stapte hij eruit. Hij maakte een misdaad bekend en vroeg dat hij veilig gesteld zou worden, zoiets gebeurde nooit eerder in Brazilië. Dergelijke houding is passieve en actieve corruptie. Sérgio Moro is verantwoordelijk voor Bolsonaro. Moro procedeerde Lula, liet hem opsluiten, verbood hem om kandidaat te zijn en liet de getuigenis van Palocci (ex-minister van Lula) uitlekken. Bolsonaro zou de grond moeten kussen waarop Moro liep”.

Naast het feit dat Gleisi Hoffmann niet meer over de geloofwaardigheid beschikt die zij zou wensen, is het erg onwaarschijnlijk dat Lula bereid is om opnieuw president te worden en om een komaf te maken met de ‘boze wolf’. Columnist Ricardo Noblat (Veja) meldt vandaag dat een niet nader genoemde ex-minister van Lula zijn hart opluchtte bij een vriend en zei: “Lula begint door te draaien. Hij is helemaal gek”.

Uiteraard moet dit niet letterlijk genomen worden. De ex-minister wilde zeggen, en legde dat ook uit aan zijn vriend, dat de ex-president, sinds zijn vrijlating, de indruk geeft dat hij niet goed beseft wat er momenteel gebeurt in het land. Volgens de vroegere minister bracht de opsluiting erg veel schade toe aan de ex-president waarvan hij zegt dat die de capaciteit verloor om de feiten te anticiperen.

Deze diagnose wordt gedeeld door diverse andere partijleden van de PT, maar vrijwel niemand durft het aan om dat hardop in het publiek te zeggen. Iedereen is het er  wel roerend over eens dat Lula de grootste ster is van de partij en dat hij gerespecteerd moet worden voor alles wat hij realiseerde. Dat is niet noodzakelijk hetzelfde als blindelings doen wat hij zegt.

Wie krijgt de meeste stemmen?

FHC-Gomes-Silva

Er wordt flink gespeculeerd over de mogelijkheid van een politieke alliantie die, naast Fernando Henrique Cardoso, Ciro Gomes en Marina Silva (foto), zou kunnen rekenen op andere politici die het niet eens zijn met de huidige regering. Een recent debat tussen de bovenvermelde drie politici vormde een impuls voor diegenen die dat idee steunen. Het debat was een goed idee, maar het loont de moeite om even na te gaan hoeveel stemmen zij waard zijn.

Marina deed mee aan drie verkiezingen. In 2010 haalde zij 19% van de stemmen, in 2014 werd dat 21% en in 2018 slechts 1%. Haar partij, Rede Sustentabilidade, slaagde er slechts in om één zetel te bekomen in het parlement, een irrelevante uitslag, in aanmerking genomen dat er 513 zetels beschikbaar zijn.

Fernando Henrique Cardoso (89) was briljant in 1994 en 1998, en is tot nog toe de enige presidentskandidaat die de verkiezingen won in de eerste ronde. Daarna slaagde zijn partij (PSDB) er niet meer in om terug aan de macht te komen. Zijn kandidaat José Serra verloor tegen Lula in 2010 met 20 percentuele punten minder. In 2018 haalde Geraldo Alckmin een beschamende 5% van de stemmen.

Ciro Gomes (62) deed mee aan de verkiezingen in 1998, 2002 en in 2018 waar hij respectievelijk 11%, 12% en 12,5% haalde van de stemmen. Indien hij deze vooruitgang aanhoudt, dan zal hij 200 jaar nodig hebben om tot in de 2de kiesronde te geraken. Ciro Gomes (PDT) is reeds een oude bekende voor de kiezers, zowel in goede als slechte zin. Als dusdanig haalt hij meer dan 10% van de stemmen, maar hij groeit niet omdat de afwijzing tegen zijn persoon even groot is als het aantal stemmen.

Alles samengeteld is het drietal goed voor 18,5%.

De kandidaat van de PT in 2018, Fernando Haddad, groeide sterk in één maand tijd, ondanks dat het de eerste keer was dat hij meedeed op nationaal vlak. Door Lula gesteund haalde hij 29% van de stemmen, waardoor hij naar de tweede ronde kon. Electoraal gezien is Haddad 10% meer waard dan het eerder vermelde drietal samen.

Aangezien het in een democratie gebruikelijk is dat de kandidaat met de meeste stemmen wint, is het misschien beter om de electorale kracht van iedere partij en iedere kandidaat afzonderlijk op de weegschaal te leggen wanneer het objectief erin bestaat om zich te verzetten tegen Bolsonaro.

Bron 1Bron 2Bron 3

Foto's: Fotos Públicas - Ricardo Stuckert - La Moncloa - Wenderson Araujo
Facebook / YouTube UOL