LulBolso

De crisis omtrent de verspreiding van het coronavirus heeft ook gevolgen op politiek vlak en laat op een pijnlijke manier zien hoe de bestuurders ermee omgaan, met tegengestelde richtlijnen van diverse autoriteiten, en uitspraken van een president die, ondanks het besmettingsgevaar toch nog handjes gaat schudden met een hoopje aanhangers en zegt dat hij zich niet laat vellen door een “griepje”. Vele Brazilianen zijn het stilletjes beu. Het is dan ook geen wonder dat de populariteit van Bolsonaro in dalende lijn gaat. Wie denkt dat die van de arbeiderspartij daardoor weer omhoog gaat, zit er flink naast.

“Het land kan de boom in”, zo klinkt de titel van een opiniestukje van Ricardo Noblat, gepubliceerd bij de krant Estado de São Paulo en het weekblad Veja. Noblat vindt dat de huidige nood van de Brazilianen voor het lulopetisme en het bolsonarisme niet meer betekent dan een instrument voor hun machtsprojecten. Een vertaling:

Sinds de verkiezingscampagne van 2018 is het duidelijk dat het lulopetisme en het bolsonarisme uit hetzelfde hout gesneden zijn. De ene voedt het andere, in de verwachting dat de polarisatie in hun voordeel speelt. Beide groepen zijn in werkelijkheid enkel bezorgd om de belangen van hun messiaanse leiders, nooit om de belangen van het Braziliaanse volk in het algemeen. Dat volk wordt opgeroepen door deze demagogen om de retoriek van redding te ondersteunen, in werkelijkheid ontworpen om autoritaire hulpmiddelen te verrechtvaardigen en toe te passen.

Voor het lulopetisme en het bolsonarisme dient de kwelling van miljoenen Brazilianen, in het licht van de catastrofale gevolgen van het nieuwe coronavirus, om enkel maar dit voorbeeld te gebruiken, als een instrument voor hun machtsprojecten.

President Bolsonaro bijvoorbeeld: wanneer hij zich uitspreekt over de epidemie, doet hij dat om derden verantwoordelijk te stellen, of het nu om de pers gaat die bericht over deze crisis, of om de gouverneurs die harde maatregelen namen om de crisis aan te pakken. Vorige zondag beweerde hij zelfs in een interview bij CNN Brasil “dat er vast een economisch belang bij betrokken is om al die hysterie teweeg te brengen”. Volgens de president, in een redenering die even krom is als zijn Portugees, was er een soortgelijke crisis in 2009, eveneens met een griepepidemie: “Maar toen zat de PT in de regering, en de democraten in de regering van de Verenigde Staten. De reacties kwamen toen niet eens in de buurt van wat er vandaag gebeurt”. Even vertalen: voor Bolsonaro bestond er toen een heimelijke linkse verstandhouding met betrokkenheid van de pers, de PT regering in Brazilië en de democraat Barack Obama in de VS om de crisis, veroorzaakt door de influenza A te onderdrukken; en nu dat beide landen geregeerd worden door rechtse regimes, worden deze uitgehold door ‘verborgen’ economische belangen.

Het gaat hier om een aloude tactiek die door de meeste totalitaire regimes in de geschiedenis werd gebruikt: te midden van een crisis wordt de verantwoordelijkheid op de nek geschoven van samenzweerders die in de schaduw opereren met obscure doeleinden, in dienst van buitenlandse machten. In het geval van Brazilië zei hij niet over welke ‘economische belangen’ het gaat om een dergelijke ravage te veroorzaken, maar dat antwoord kwam wel van de bolsonaristen op de sociale media: het gaat om de Volksrepubliek China.

Op dit vlak, en op vele andere, zijn de bolsonaristen het roerend eens met Donald Trump die het coronavirus omschreef als een ‘Chinees virus’. Eduardo Bolsonaro, volksvertegenwoordiger en zoon van de president, probeerde om China verantwoordelijk te stellen voor de pandemie via de virtuele wereld en veroorzaakte een forse diplomatische botsing met de Chinese regering.

In de echte wereld leverde het gedrag van Eduardo – die zich enkel laat inspireren door zijn eigen vader en Donald Trump – enkel irritatie op bij vertegenwoordigers van de landbouwsector, die voor het grootste deel afhankelijk zijn van de Chinese markt. Maar dat is niet relevant voor de doeleinden van de bolsonaristen; het gaat erom dat de toewijding van de aanhangers in stand gehouden wordt, op een moment dat de president zijn populariteit ziet afnemen.

Het lulopetisme daarentegen investeert, zoals altijd, in het ongebreideld cynisme. De PT, wiens machtsperiode de grootste politieke, economische en morele crisis in de Braziliaanse geschiedenis veroorzaakte, en de democratische atmosfeer bedwelmde met de dreiging van uitsluiting van hen die hun ideologische zekerheden in twijfel trokken, profiteert van de commotie rond deze crisis om op de kar te springen van de spontane protesten tegen Bolsonaro. Zelfs de voorzitster van de partij, Gleisi Hoffmann, plaatste een video bij Twitter om de potten & pannenslag te stimuleren, een protest dat destijds op dezelfde manier gevoerd werd tegen Dilma Rousseff, en toen omschreven als een “orkestratie van de bourgeoisie met het oog op een staatsgreep”. Als een parasiet probeert het lulopetisme politieke winst te halen op dit verschrikkelijke moment voor het land, en door erop te wedden dat de mensen lijden aan geheugenverlies. In de video die Gleisi deelde, wordt de huidige crisis toegeschreven aan diegenen die destijds oppositie tegen de PT steunden, de afzetting van Dilma Rousseff en de hervorming van de arbeidswetgeving: mochten dergelijke burgers er niet geweest zijn, dan zou er geen crisis noch haat bestaan in het land, zo wordt het samengevat.

Het lulopetisme en het bolsonarisme verdient elkaar, het land kan intussen de boom in.

Bron

Foto's: Fotos Públicas - Cláudio Kbene / José Cruz - Agência Brasil