Xi-Jinping-Bolso

Eduardo Bolsonaro kreeg deze week steun uit een onverwachte hoek van de journalist Larry Rohter, voormalige correspondent van The New York Times in Brazilië (Rio de Janeiro), van 1999 tot 2007. Momenteel schrijft hij voornamelijk over culturele onderwerpen. Tijdens de eerste regering onder president Lula, publiceerde hij een artikel (in 2004) getiteld “Brazilian Leader’s Tippling Becomes National Concern”, insinuerend dat Lula een drankprobleem had dat zijn rol als president ondermijnde. Het stuk veroorzaakte erg veel tumult in de Braziliaanse pers en zijn visum werd tijdelijk ingetrokken, een maatregel die snel omgekeerd werd.

Gisteren plaatste het weekblad Época een nieuw artikel van zijn hand met als titel “A pandemia tem um culpado: a China” (De pandemie heeft een schuldige: China). Onderschrift: “We kunnen het probleem van pandemieën niet oplossen zonder de hulp van autoritaire regimes die 20% van de mensheid regeren”. Een vertaling:

We praten nu alleen maar over het coronavirus, maar ik denk al na over de volgende pandemie, en hoe we daarmee moeten omgaan. In een steeds meer verbonden wereld bestaat er geen zekerheid meer dat er een nieuwe op ons afkomt. En waar komt dat vandaan? We weten het niet, maar we kunnen wel speculeren, achterom kijkend naar de oorsprong van vorige pandemieën: de griep van 1958 kwam uit China, idem voor de griep van 1968; het SARS virus in 2002 kwam uit China, de varkensgriep uit 2009 kwam naar alle waarschijnlijkheid eveneens uit China, het Covid-19 virus… China.

De communistische partij, denkend dat ze aan niemand enige verantwoording moeten afleggen, nam een strijdlustig standpunt in – zie wat er gebeurde nadat Eduardo Bolsonaro het aandurfde om enkele naakte en rauwe waarheden te vertellen – en werkt niet samen met de rest van de wereld. Een maand geleden klaagde ik al over het Chinese verzet tegen samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en andere gespecialiseerde instanties. De situatie is inmiddels gewijzigd, maar niet veel: stilaan werden er gegevens vrijgegeven, maar zoals altijd in China, lijkt het erop dat ze verzonnen zijn, zijn ze onbetrouwbaar en de aanwezigheid van onafhankelijke studies blijft erg beperkt. Niettemin prees de directeur van de WHO de schaarse informatie, bang om de Chinezen te beledigen en dat de deuren weer dicht zouden gaan.

Zoals gebruikelijk in dictaturen kwamen de reacties traag op gang, en gingen van 8 naar 80. Na twee maanden niets te doen kwamen er plots drastische maatregelen: miljoenen mensen in verplichte quarantaine, de bouw van nieuwe ziekenhuizen op een termijn van slechts tien dagen, en een verhoging van de censuur op het internet waardoor kritieken op de aanvankelijke vertraging vervaagden en het onmogelijk werd om informatie uit te wisselen tussen de bevolking en de overheid. Het is net zoals de president van de Europese Kamer van Koophandel in Peking verklaarde tegen The New York Times: “Blijkbaar bevat de Chinese gereedschapskist enkel hamers”.

Erger: verdedigers van het regime blijven volhouden dat de kritiek op het land en op de manier waarop de crisis aangepakt werd, racistisch is. Dat is niet waar. Niemand vertoont enige afkeuring van het overheidsbeleid in Taiwan, Hong Kong of Singapore – de meeste van hun burgers zijn ook van Chinese afkomst. Neen, het doelwit is enkel de Volksrepubliek China die niets gemeen heeft met “republiek” of “populair”.

Er zijn andere inconsistenties in de reactie van China waardoor we bezorgd moeten zijn. Na de veroordeling van maatregelen uit andere landen om de verspreiding van het virus – evacuatie van buitenlanders uit Wuhan, een verbod op intrede van Chinezen – als onnodig alarm, nam China dezelfde maatregelen zodra het aantal gevallen daar begon af te nemen. Tegelijk werd er een campagne gelanceerd om twijfels te zaaien over de oorsprong van het virus: een officiële woordvoerder verklaarde dat niemand in werkelijkheid weet waar het virus vandaan komt, en enkele dagen later twitterde (een app die in China verboden is) hij dat “het virus wellicht door het Amerikaanse leger naar Wuhan gebracht werd, en dat Washington een verklaring verschuldigd is”.

Maar, terwijl Donald Trump en Jair Bolsonaro (gerechtvaardigde) kritiek krijgen omdat ze het antwoord van hun regeringen belemmeren, toont de Chinese staatstelevisie (er is geen andere) gezinnen in quarantaine in duidelijk geënsceneerde beelden, waarbij de maximale leider wordt geprezen – de onfeilbare Xi Jinping – de hoofdverantwoordelijke voor de verspreiding van de ziekte op globaal vlak. En nu, nadat de crisis er begon af te nemen, begint de propaganda machine zelfs dank te vragen aan de rest van de wereld, omdat “zij erin slaagden om de epidemie af te remmen, op eigen kracht”. Je moet maar durven.

Als er al sprake is van racisme, dan is dat in werkelijkheid aan de Chinese kant. In 1982 vertrok ik uit Rio de Janeiro om correspondent te worden in Peking en ik voelde de xenofobie en minachting van de Chinese samenleving. Brazilië en de Verenigde Staten zijn pluralistische landen, een “algemene gelei” van diverse rassen, etniciteiten, volkeren en religies, zoals Gilberto Gil het ooit op een geniale manier uitdrukte. China is dat niet: 92% van de bevolking zijn Han-Chinezen, opgevoed om te denken dat zij, met een beschaving van 5.000 jaar, superieur zijn aan de rest. De weinige zwarten die er te zien zijn, worden op straat routinematig als “apen” bestempeld, Japanners als “harige barbaren” en blanken als “yangguidz” – buitenlandse spookdemonen”.

China heeft het recht om zichzelf te besturen zoals ze willen, maar ze kunnen geen spelletje spelen met de gezondheid van de rest van de wereld om de belangen te beschermen van een elite die ervan overtuigd is, dat iedereen die geen Han-Chinees is, minderwaardig is. Er bestaat een gevaar. Covid-19 zal voorbij gaan. De arrogantie van de Volksrepubliek China niet.

Foto boven: de Chinese leider Xi Jinping en president Jair Bolsonaro

Bron

Foto: Valter Campanato - Agência Brasil