CUTBrasilia

De verplichte syndicale bijdrage werd afgeschaft in Brazilië in 2017, na de hervorming van de arbeidswetgeving. De afschaffing werd bevestigd door het hooggerechtshof STF op 29 juni 2018. Voorheen waren zelfstandigen en werknemers verplicht om het salaris van 1 werkdag/jaar (1/30 van een maandloon) af te staan. Deze wijziging had enorme gevolgen voor de vele vakbonden van het land die als het ware drooggelegd werden. De vakbond CUT (Central Única dos Trabalhadores), een van de grootste van Brazilië, zag zijn inkomen met 80% naar beneden duikelen. Hierdoor kwam er vorig jaar slechts R$ 441.539 binnen, tegenover R$ 62.200 miljoen in 2017. Er moest dus, willens nillens, bezuinigd worden.

Een hoop opgestapelde tafels en stoelen op de 5de verdieping van een gebouw in Brasília is het enige wat nog overblijft van de nationale afvaardiging van CUT in de hoofdstad. Het kantoor werd gesloten na de afdanking van 20 medewerkers, als gevolg van de nieuwe financiële realiteit. Een verantwoordelijke voor de homologatie van het ontslagen personeel zegt dat “de syndicale machine volgepropt werd”: “Cut beschikte over politieke medewerkers. De vakbond wilde aan politiek doen”.

CUT, sterk verbonden met de arbeiderspartij PT, had ten tijde dat het geld nog binnenstroomde, een eigen groep volksvertegenwoordigers in de Kamer. De vakbond vormde, onder de regeringen van Lula en Dilma Rousseff, als het ware een bataljon soldaten, strijdend voor het behoud van de macht van de partij. De schatkoffers van de vakbond werden geopend om marsen en manifestaties ten voordele van de regering te financieren. Met hetzelfde geld werd zelfs Delúbio Soares, schatbewaarder van de partij, in leven gehouden nadat hij veroordeeld werd in het mensalão schandaal. Maar de tijden veranderden.

Er zijn 10.892 vakbonden in Brazilië, verbonden met 551 federaties, 48 confederaties en zes centrales. Decennia lang stroomde er miljoenen reais naar deze structuur, dankzij de verplichte syndicale bijdrage waardoor iedere bediende, arbeider of zelfstandige een dag loon moest afstaan per jaar. Het geld werd doorgegeven aan deze vakbonden, zelfs als ze niet echt iets deden voor hun leden. Chico Vigilante, ex-volksvertegenwoordiger en oprichter van CUT: “De verplichte vakbondsbijdrage werd een verslaving. Die mannen hoefden niet eens iets te doen, het geld kwam toch binnen”.

Enkel al in 2017, het laatste jaar van de verplichting, kwam er 3,6 miljard reais binnen aan bijdrages. In principe moest dat gebruikt worden in acties ter verdediging van de belangen van de leden. In de praktijk werden syndicale leiders verrijkt en de syndicale structuur vetgemest, zonder enige zekerheid dat de basis daar profijt uit trok.

De onbekende vakbond Confederação dos Servidores Públicos do Brasil (CSPB) kreeg in 2017 vijf miljoen reais in de schoot geworpen. Vorig jaar was dat slechts R$ 300.000. Resultaat: 29 van de 32 medewerkers werden de laan uitgestuurd. João Domingos, voorzitter van de CSPB: “Het einde van de verplichte vakbondsbijdrage was verwoestend, als het ware een bloedbad”.

Tot zover is het duidelijk dat het effect vooral verwoestend was voor de vakbondsleiders, de belangrijkste begunstigden van het leuke leventje waar zij van genoten, dankzij de gulle inkomsten, en hun ondergeschikten. Tussen 2017 en 2018 werden 7.097 werknemers van vakbonden werkloos.

Ook de grote manifestaties van de centrale vakbonden, veelal politiek doelgericht, verloren aan kracht. Anderzijds wijst niets op schade aan de leden. Het is een tendens dat vakbonden die creatief te werk gaan, diensten verlenen aan hun leden, overleven.

Momenteel zijn er in het parlement nog een veertigtal mensen aan het werk met een syndicale achtergrond, een aanzienlijke vermindering, in aanmerking genomen dat er dat ooit meer dan 100 waren en dat er uit die groep ooit een Kamervoorzitter werd verkozen, met name Marco Maia (PT).

Sommige entiteiten blijven actief. Dat is o.m. het geval voor FUP (Federação Única dos Petroleiros) die onlangs een staking van 20 dagen organiseerde en erin slaagde om de onderhandelingen met Petrobras opnieuw op te starten m.b.t. afdankingen en werktijden.

In de Kamer bestaat er wel nog een groepje lobbyisten die de verplichte bijdrage opnieuw willen invoeren. Zij gebruiken hiervoor twee argumenten. Het eerste, bijna krankzinnig, is het idee dat vakbonden in financiële nood zouden ingenomen worden door de georganiseerde misdaad. Het tweede argument: het risico dat werknemers zwakker staan bij onderhandelingen. Bij dit laatste argument wordt gezegd dat het ritme van de loonsverhogingen vertraagde in de jongste jaren. Er wordt niet bij gezegd dat het land nog altijd moet vechten om zich te recupereren van een zware economische crisis en dat dit een uitleg is voor de resultaten van onderhandelingen.

Tegenstanders zeggen dat zowat 95% van de parlementairen tegen de herinvoering zijn van de bijdrage, en dat het aantal vakbonden dat leeft op de kosten van Vadertje Staat drastisch zal verminderen.

Sérgio Nobre, de huidige baas van CUT: “De impact van het einde van de vakbondsbijdrage is erg groot. Wat we in een dergelijke situatie moeten doen, is kosten besparen en nieuwe inkomsten zoeken. We moeten zelf werken aan de uitbreiding van het aantal leden, en werken aan de recuperatie van onze financieringscapaciteit”.

Juist. En die rekening mag niet betaald worden door de bevolking.

Bron

Foto: Wikimedia Commons