CapBolso

Mocht de president zich sterk genoeg voelen, hij zou niet vragen om ondersteuning op straat. Dat is het standpunt van Dora Kramer (Veja) in het stukje dat deze week verschijnt onder de titel “O capitão treme na base” (de kapitein beeft op zijn grondvesten). Een samenvattende vertaling:

Indien er iemand wat te vrezen heeft, dan is het niet de democratie. Integendeel: het zijn net de democratische gereedschappen die de vrees opleggen aan Jair Bolsonaro om afgezet te worden, of om niet opnieuw verkozen te worden. Dit is vooral te merken door de groeiende defensieve houding van de president die, mocht hij zich sterk genoeg voelen, het niet nodig zou hebben om oproep te doen voor ondersteuning op straat, door de bevolking, na een jaar te regeren, nog drie jaren voor de boeg en zelfs een kleine stijging van zijn populariteit in de jongste peilingen.

Hij doet echter alsof de kritieken hem niet raken, zelfs overdreven, ook al zegt zijn houding het tegenovergestelde. Er gaat nauwelijks een dag voorbij zonder een provocatie, maar wel omringd door enkele vertrouwelingen. Dan toont hij zich sterk. Tegenover de rest doet hij zich zwakker voor, herinnert aan de aanslag op zijn leven van anderhalf jaar geleden, en vermijdt, bij wijze van voorbeeld, om naar het forum van Davos te gaan.

Hij kan misschien brutaal overkomen, maar is geen dwaas. Hij hinkt op mentaal en emotioneel vlak, maar hoort en ziet perfect. Zonder enige twijfel kwam hij al tot de vaststelling dat het nu om een andere tegenstander gaat, niet meer alleen de PT maar een groep tegenstanders die blijft aangroeien.

Het verhaal over ‘links’, de ‘corruptieplegers’, de ‘overtreders van de goede moraal’ bereikt nu een veel kleinere groep mensen dan de massa die hem steunden in 2018 waarvan een flink deel zich reeds terugtrok en zich elders probeert te organiseren. Er zijn mensen die destijds dachten dat hij nooit zou verkozen worden, anderen hoopten dat hij zich zou aanpassen. Maar nu, anderhalf jaar later, weet iedereen welk vlees in de kuip ligt.

Het volstaat niet meer om van de “instellingen te eisen dat ze actie ondernemen”, omdat de enige mogelijkheid hiertoe bestaat in een impeachment, en dat is afhankelijk van politieke en sociale omstandigheden die momenteel niet bestaan. Toch toont hij zich angstig. Het rode lampje knippert wanneer hij zich omringt met hooggeplaatste militairen in de regering, en knippert nog sneller wanneer hij aanvallen op het parlement onderschrijft.

En waartoe zal de manifestatie van 15 maart leiden? Nergens wanneer men de mogelijke effecten aan beide zijden bekijkt. De president is in het nadeel. Er wordt al veel geprotesteerd in de samenleving, inclusief tijdens het carnaval waarin nooit eerder zoveel politieke toespelingen gemaakt werden. Er is geen enkele politieke partij die staat aan te schuiven om hem op te nemen in hun rangen. Niemand van de twee andere machten drukt zijn waardering uit, zelfs in de uitvoerende macht wordt meer gezwegen dan gepraat. Bij de strijdkrachten is er geen enkel signaal van autoritaire opstand; gouverneurs protesteren en in het parlement stuit hij op achtereenvolgens op een njet.

De vraag rijst dus: zelfs indien iemand van plan zou zijn om een inbreuk te plegen op de wettigheid, op wie kan dan gerekend worden? Ondanks de nood aan waakzaamheid, als iemand wat te vrezen heeft, dan is het niet de democratie of de Braziliaanse maatschappij, maar wel hij die een constitutionaliteit wil aanvallen die veel krachtiger is.

Bron

Foto: Marcos Corrêa - PR