CostaBolso

President Bolsonaro gaf gisteren een nota uit waarin hij antwoordt op de kritiek van gouverneur Rui Costa (PT) van Bahia, de actie van de militaire politie van Bahia in vraag stelt en stelt dat ex-kapitein van de elite eenheid Bope Adriano da Nóbrega “waarschijnlijk het slachtoffer werd van een executie om hem op een eenvoudige en snelle manier uit de weg te ruimen”.

De president, gisteren aanwezig in Rio de Janeiro voor de officiële inhuldiging van een snelle verbinding tussen de brug die Niterói verbindt met Rio de Janeiro, en de belangrijke verbindingsweg Linha Vermelha, zei er “dat de militaire politie van Bahia, de PT dus, verantwoordelijk is voor de dood van Adriano da Nóbrega”. Deze uitspraak werd kort daarna weerlegd door gouverneur Costa die zei dat er “vriendschappelijke banden” bestonden tussen Bolsonaro en het lid van de militie die beschouwd wordt als een van de leiders van de misdadige organisatie en doodseskader “Escritório do Crime”.

In de nota van de president verwijst hij naar de reportage van het weekblad Veja waarin foto’s gepubliceerd werden van het stoffelijk overschot van Nóbrega die laten uitschijnen dat de ex-kapitein van dichtbij beschoten werd, iets wat ingaat tegen de officiële uitleg van de politie van Bahia over de actie. De beelden wekken ook de verdachtmaking op dat Nóbrega op een gewelddadige manier mishandeld werd vooraleer hij stierf: “De actie van de MP in Bahia, onder leiding van de gouverneur van deze staat, zocht niet naar een manier om het leven van een voortvluchtige te sparen, maar wel om hem op een snelle en eenvoudige manier uit de weg te ruimen, dit volgens de mening van de experten die geraadpleegd werden door Veja. Er bestaan hier treffende gelijkenissen met de moord op ex-burgemeester Celso Daniel*, waar diens partij, de PT, nooit een inspanning deed om dit op te helderen, integendeel zelfs”, zo zegt de tekst van Bolsonaro.

Bolsonaro schreef ook dat Rui Costa “vriendschappelijke banden onderhoudt met bandieten, veroordeeld in tweede gerechtelijke instantie”, hiermee verwijzend naar ex-president Lula: “De huidige gouverneur van Bahia, Rui Costa, heeft niet alleen een vriendschappelijke verhouding met bandieten, veroordeeld in tweede instantie, maar brengt ook eerbetuigingen, een feit dat vastgesteld werd op 27 juni van vorig jaar, toen hij de gevangene Luiz Inácio Lula da Silva een bezoek bracht in zijn cel, in Curitiba”.

Verder: “Deze president, toen hij het nieuwe vliegveld van Vitória de Conquista (Bahia) kwam inhuldigen op 23 juli 2019, werd de aanwezigheid van de militaire politie van Bahia ontzegd om steun te verlenen voor de veiligheid van de bevolking. Het is ironisch om deze gouverneur te horen praten over ‘slecht gezelschap’, dit terwijl belangrijke figuren uit zijn partij opgepakt en veroordeeld werden in het kader van het Lava Jato schandaal. Alle eerlijke Braziliaanse burgers willen weten wie de opdrachtgevers zijn van de moord op ex-burgemeester Celso Daniel, raadslid Marielle Franco en haar chauffeur Anderson Gomes, ex-kapitein Adriano da Nóbrega, alsmede de opdrachtgevers van de poging tot moord op Jair Bolsonaro”.

*De moord op Celso Daniel

Celso Daniel was 50 toen hij vermoord werd. Dat gebeurde op 18 januari 2002, in Santo André (São Paulo), de stad waar hij burgemeester was. Daniel was lid van de arbeiderspartij PT. De details van het misdrijf beschikken over alle elementen die nodig zijn voor een spannende Netflix thriller of documentaire, zij het dat tot op vandaag nog altijd onduidelijkheid bestaat over de opdrachtgevers. Celso Daniel coördineerde in die dagen de verkiezingscampagne van ex-president Lula. In de nacht van 18 januari werd hij ontvoerd nadat hij een churrascaria (grillrestaurant) verliet in de wijk Jardins, São Paulo. In de ochtend van 20 januari werd zijn stoffelijk overschot gevonden op een landweg, in Juquitiba. Het onderzoek wees uit dat hij gefolterd werd en daarna dood geschoten. In juli van datzelfde jaar besloot de politie dat de misdaad uitgevoerd werd door een bende van zes bandieten uit de favela Pantanal (zuidelijke zone van São Paulo), onder leiding van Sergio Gomes da Silva, beter gekend onder zijn bijnaam “Sombra” (schaduw). Sombra was een vertrouwensman van Celso Daniel en dikke maatjes met zakenman Ronan Maria Pinto, eigenaar van een busbedrijf in Santo André en van de krant Diário do Grande ABC.

Later bleek dat Pinto nauw betrokken was bij een corruptieschema waarbij andere busbedrijven uitgeperst werden, ten voordele van de arbeiderspartij. Daniel Celso zou hiervan perfect op de hoogte geweest zijn. En dat leidt dan weer tot de veronderstelling dat hij vermoord werd omdat hij teveel wist. Sombra, Pinto en Klinger de Oliveira Sousa, destijds secretaris voor transport van de gemeente, staken een deel van het smeergeld in eigen zakken en dat zinde de prefeito niet. Bovendien zou Ronan Pinto bedreigingen geuit hebben tegen Lula, Gilberto Carvalho en José Dirceu (beiden ex-ministers in de regering Lula) om alles te onthullen. Die bedreiging zou geleid hebben tot het afkopen van zijn zwijgen voor een bedrag van R$ 6 miljoen. Dat verhaal werd later bevestigd door reclameman Marcos Valério, veroordeeld tot 30 jaren gevangenisstraf in het mensalão schandaal. Dat geld zou door de PT via veekweker José Carlos Bumlai (vriend van Lula) doorgegeven zijn aan Ronan Pinto. Een en ander werd later voor de tweede keer bevestigd door ex-senator (van de PT) Delcidio Amaral (nu zonder partij, meewerkend met het gerecht in het Lava Jato onderzoek).

Na de moord op Celso Daniel kwamen nog een reeks mensen om die op een of andere manier betrokken, of getuigen waren in deze zaak, zeven in totaal. Sergio Gomes da Silva (Sombra) stierf in september van 2016 aan kanker.

Bron

Foto's: Fotos Públicas - Ricardo Stuckert / Agência Brasil