BolsoMoroLula

Er zijn nog twee jaar en negen maanden te gaan voor de volgende presidentiële verkiezingen. Dit belet niet dat Jair Bolsonaro al aan zijn eigen herverkiezing werkt, net alsof die verkiezingen op de volgende bladzijde staan van zijn dagboek. Ex-president Lula doet alsof zijn neus bloedt, zijn eigen strafblad negerend, en poseert eveneens reeds als kandidaat, alsof er helemaal niets aan de hand is. Het politieke centrum van Brazilië, uit elkaar gebrokkeld, laat op zich wachten om met enig alternatief op de proppen te komen. Ondertussen wordt de voormalige rechter Sérgio Moro, nu minister van Justitie, door Bolsonaro en Lula als “presidenciável” beschouwd.

Algemeen wordt aangenomen dat de minister, over meer populariteit beschikkend dan zijn chef, over een potentieel beschikt dat van hem een tegenstander maakt waarmee niet te spotten valt. De vrees bestaat dat Moro zichzelf lanceert in het dispuut als alternatief, in staat om het eeuwige spel van de polarisatie te doorbreken, een spel dat zowel in het voordeel speelt van Bolsonaro als dat van Lula. Afgaande op de woorden van Moro, is zijn zogenaamde weerstand tegen de stembussen niet meer dan een retoriek.

Vorige vrijdag werd Moro geciteerd door Bolsonaro en Lula, in twee verschillende interviews. Bij zijn aankomst in New Delhi draaide Bolsonaro zijn minister nog eens om in de frituurpan en ontkende dat hij het departement van Publieke Veiligheid zou wegnemen van zijn ministerie. Ex-president Lula, op weg naar Belo Horizonte, zei in een interview door Rádio Itatiaia: “Ik denk dat Moro wel degelijk kandidaat zal zijn bij de volgende verkiezingen”.

Vier dagen daarvoor, op de rooster gelegd in het programma Roda Viva, herhaalde Moro dat hij geen ambitie heeft voor een topfunctie in het Palácio do Planalto: “Dergelijke ambities heb ik niet”. Even verder haalde hij de neus op bij de suggestie om de ontkenning op een kandidaatschap als president schriftelijk te ondertekenen: “Het heeft geen enkele zin om een dergelijk document te ondertekenen, omdat velen die dat doen, het document later in stukjes scheuren”.

Het project “Moro 2022” blijft rechtop staan zonder dat dit veel moeite kost aan de minister. Bolsonaro, naast het opstarten van het debat over een opvolging, probeert Moro in te sluiten. Eerst veegde hij de belofte om de minister aan te duiden voor een zetel bij het hooggerechtshof STF, van de kaart. Later, om zoonlief Flávio te beschermen, onderzocht wegens gesjoemel met overheidsgeld en witwassen, gooide hij water op het vuur van het Lava Jato onderzoek.

Lula zei in het interview bij Rádio Itatiaia dat hij ervan overtuigd is dat Moro kandidaat zal zijn omwille van het oordeel dat hij uitsprak in de zaak van het triplex appartement in Guarujá, waardoor de ex-president in de cel belandde: “Dat oordeel tegen mij toont aan dat hij al een politicus was. Een politieke rechter die mij veroordeelde voor veronderstelde acties. Met andere woorden: zelfs hij weet niet waarom hij mij veroordeelde”.

Lula verzwakt de kandidatuur van Moro niet met deze uitspraken, integendeel. Het presidentschap van Bolsonaro is te danken aan twee fenomenen: het anti-petisme en het failliet van het politieke centrum.

Bolsonaro zal een competitieve kandidaat zijn in 2022 indien hij economische resultaten kan aanbrengen. Aan de andere kant is er een opstapeling van onhebbelijke gewoontes, in een periode van 28 jaar parlementair leven, feiten die allemaal in de vitrine kunnen belanden. Het deel van het kiezerskorps dat zijn buik vol heeft van Lula en de PT, zal mogelijk naar een alternatief zoeken buiten de klassieke politieke grenzen. Moro stapt in dit spelletje, naast TV-presentator Luciano Huck.

PT-voorzitster Gleisi Hoffmann die er belang bij heeft dat de polarisatie verder gezet wordt, pleegt te zeggen dat haar partij “de strijd tegen de achteruitgang van de huidige regering op straat zal winnen”. Hoffmann geeft er zich geen rekening van, maar de PT verloor het pleit reeds op het asfalt, niet alleen dat, ze verloren ook stemmen.

Bij de verkiezingen van 2002 en 2006 won Lula met 61% van de stemmen. Dilma beklom de troon in 2010 met 56%. De pseudo-manager van Brazilië won het pleit opnieuw in 2014 met 52% van de stemmen. En vervolgens werd ze vervroegd naar huis gestuurd.

In 2018, met Lula achter de tralies, haalde Fernando Haddad 44,8% van de stemmen in de tweede ronde tegen Bolsonaro. De Brazilianen, hun buik vol van de PT, hielpen Bolsonaro, een volksvertegenwoordiger van lagere rang, aan het presidentiële lint.

De peilingen geven aan dat een deel van zijn kiezers spijt heeft van hun keuze. Maar die kiezers staan heus niet aan te schuiven voor de deur van de arbeiderspartij. Het lijkt erop dat ze nieuwe fouten willen maken in 2022. In deze context verschijnt Moro als een nieuwe optie.

Een vertaling van “Bolsonaro e Lula veem Moro como presidenciável”
Auteur: Josias de Souza

Foto's: Marcelo Camargo - José Cruz - Agência Brasil /
Fotos Públicas - Paulo Pinto