In het oog van de storm: Ricardo Salles

Salles-Ricardo-1

Minister van milieu Ricardo Salles staat de jongste weken meer dan ooit in de belangstelling, erger hij bevindt zich midden in het oog van de orkaan die Brazilië trof, na zorgwekkende nieuwsberichten over de ontbossing in het regenwoudgebied, in de voorbije week verergerd door de vele brandhaarden die niet alleen beperkt blijven tot de deelstaat Amazonas, maar zich ook voordoen in Acre, Roraima, Amapá, Pará, Rondônia, Tocantins, Mato Grosso do Sul en in Mato Grosso, niet in het minst in het nationale park Chapada dos Guimarães. Salles vindt dat het aan Brazilië toekomt om een model te kiezen en toe te passen voor het behoud van de natuur, een model dat volgens hem economische waarde moet hebben. De krant Estado interviewde de minister. Hieronder een samenvattende vertaling.

Over de internationale repercussie m.b.t. de ontbossing en de bosbranden, en de kritiek op de Braziliaanse regering:

Men mag niet vergeten dat er in Brazilië al dertig jaar een milieu-agenda gevolgd wordt waarbij er niet gedacht werd om het behoud te koppelen aan economische ontwikkeling. Het Amazonegebied is erg rijk aan natuurlijke bronnen, aan biodiversiteit, maar met een bijzonder arme bevolking en een erg lage Index van de menselijke ontwikkeling. Er leven meer dan 20 miljoen mensen in dat gebied, en de meerderheid daarvan hebben allesbehalve een goed leven: gebrek aan gezondheidszorg, opvoeding, geen riolering en geen mogelijkheden om zich te ontwikkelen. Op sommige vlakken is de situatie erger dan in het noordoosten. En daarom moeten we een intelligente manier vinden om deze zaak aan te pakken, het belang van de duurzaamheid erkennen, het behoud, de zorg voor het milieu, maar ook voor een economische dynamiek op een schaal die voldoende impact heeft voor die bevolking. Kleine piloot-projecten zullen niet volstaan, ook al zijn ze belangrijk voor het ontwikkelen van ideeën. Maar sinds de grondwet van 1988, slaagden dergelijke projecten er niet in om voldoende waardevol te zijn voor de mensen die daar leven.

Wat vindt hij van de repercussie over de ontbossing en de bosbranden in het buitenland?

Tot op zekere hoogte is het logisch, bij een gewijzigd gedrag, een discussie over de economische activiteiten in dat gebied, dat er een instabiliteit ontstaat. Een deel van het publiek begrijpt het niet, en, zonder enige twijfel, is een deel van die internationale reacties te wijten aan foute informatie. Bovendien hebben we geen enkel openbaar beleid geblokkeerd, of iets gedaan om een dergelijke mobilisatie te rechtvaardigen. Maar we moeten er ook rekening mee houden dat een ander deel van deze campagne tegen Brazilië afkomstig is van milieuorganisaties, van NGO’s die niet tevreden zijn met het einde van de overvloedige middelen die ze hebben ontvangen, omdat we de kraan dichtdraaien. Ze stimuleren deze internationale campagne die niet goed is voor Brazilië. Dat weten we. Maar niet alles wat elders naar buiten gebracht wordt, strookt met de werkelijkheid hier. Er is een groot verschil tussen de feiten en tussen de versies van die feiten die de ronde doen.

Maar het zijn niet alleen mensen van NGO’s die kritiek hebben op de regering. Zelfs het welgekende tijdschrift The Economist publiceerde onlangs een coverstory over de ontbossing in het Amazonegebied.

Er zijn veel ernstige mensen met een onvolledig of bevooroordeeld begrip van wat wij proberen te doen. Om dit op te lossen moeten we informatie verstrekken. En daarom vertrek ik einde september samen met de president naar New York en Washington. Meteen daarna reizen we naar enkele landen in Europa om de zaken te verduidelijken. We gaan aantonen wat Brazilië nu al doet, en wat wij willen doen. Wie bereid is om te luisteren en om een debat te voeren, zal zeker van gedachten veranderen, tot op een bepaalde hoogte.

De Franse president Emmanuel Macron sprak over een ‘internationale crisis’ en zei dat de kwestie dit weekend moet besproken worden op de top van de G7. Wat is uw analyse?

President Macron wil politiek voordeel halen uit de situatie, vooral in deze tijden waarin zijn eigen milieubeleid niet slaagt, voornamelijk m.b.t. de niet-verwezenlijking van de doelstellingen omtrent de uitstoot van CO2, zoals vastgelegd in het akkoord van Parijs.

Het lijkt erop dat er de intentie is van milieuactivisten uit Brazilië en het buitenland en ook van regeringen om de Amazone te transformeren in een “Werelderfgoed”, om het te bevriezen als een soort “planetaire long”. Hoe ziet u dit voorstel?

De Amazone is niet de long van de wereld. Dit is al gezegd en erkend. De Amazone heeft zijn gesloten cyclus. Ze geeft uit wat ze zelf verbruikt. Nu speelt het een belangrijke rol in de hydrologische regulering, van regenval, de geschiedenis van de “vliegende rivieren” die de landbouw in de rest van Brazilië irrigeren. Dit is allemaal waar. Het speelt dus een belangrijke rol in het klimaatprobleem hier in Brazilië. Het Amazonegebied is van Braziliaanse afkomst. Dit verhaal over het behoren tot de mensheid is dom. We hebben soevereiniteit over de Amazone. Wij zijn degenen die een model moeten kiezen dat economisch levensvatbaar moet zijn om ons bos te beschermen. We moeten kiezen en we moeten implementeren. Alle zorg met de Amazone die de aandacht van over de hele wereld opwekt, is welkom, maar de autonomie om dit te doen komt van de Braziliaanse bevolking.

Een van de factoren die heeft bijgedragen aan het versterken van de negatieve perceptie over Brazilië was het aftreden van de president van Inpe (Instituto Nacional de Pesquisas Espaciais), Ricardo Galvão. De regering beweerde dat de gegevens over ontbossing, vrijgegeven door Inpe, die altijd een referentie waren in Brazilië en in het buitenland, niet de realiteit weerspiegelden en politiek werden gebruikt. Waarom worden de gegevens van Inpe plotseling niet meer weergegeven?

Ten eerste moeten we erkennen dat de ontbossing sinds 2012 in de Amazone toeneemt en sinds 2015 meer vaart heeft gekregen. In feite was het Ricardo Galvão zelf, nu voormalig president van Inpe, die dit publiekelijk heeft gezegd. Ontbossing is dus niet begonnen of gegroeid bij de regering Bolsonaro, in tegenstelling tot wat sommige perskanalen en enkele referenties op milieugebied willen geloven. Ten tweede moet worden overwogen dat Inpe met twee systemen werkt om ontbossing in kaart te brengen. Het jaarlijkse ontbossingssysteem, Prodes genaamd, berekent elk jaar van juli tot augustus en vergelijkt de situatie met dezelfde periode vorig jaar. De Prodes van dit jaar is nog niet uit. Het andere systeem van Inpe is de Deter, dat waarschuwt als er ontbossing vastgesteld wordt, een waarschuwing dat een bepaalde regio een toename van ontbossing ervaart. Maar Inpe’s eigen website zegt duidelijk dat Deter, wiens gegevens om de 15 dagen verschijnen, zich niet leent voor het meten van ontbossing. Als het zich niet leent voor het meten van het volume van ontbossing, leent het zich niet voor het vergelijken van bijvoorbeeld gegevens van juli 2018 tot juli 2019. Alleen Prodes maakt deze tijdelijke vergelijking omdat het criteria en parameters volgt die vergelijking mogelijk maken. Deter zegt eenvoudigweg dat een regio ontbossing ervaart. Zo is dat.

Wat was het probleem met de gegevens, vrijgegeven door Inpe?

Wat er gebeurde, was dat een groep mensen buiten Inpe de gegevens van Deter haalde en een interpretatie maakte die een toename van 88% van de ontbossing gaf in het voorgaande jaar, wat volkomen onjuist is. Dat genereerde een sensationeel rapport, alsof die 88% een onbetwist percentage was, maar dit is niet waar. Het kan zijn dat het percentage hoger of lager is, maar het feit is dat je op basis van Deter geen getal kunt bepalen. Dat was onze kritiek. We hebben ook kritiek op een ander feit. Deter bestaat om informatie te verstrekken aan Ibama (Instituto Brasileiro do Meio Ambiente e dos Recursos Naturais Renováveis) voor handhaving, maar degenen die informatie omtrent de ontbossing ontvingen vóór Ibama, waren enkele media. Hoe kan een persbureau informatie ontvangen voordat het federale agentschap die zelf krijgt? We willen dergelijke berichten helemaal niet verstoppen. De houding van de president van Inpe was wel ongepast. Hij zou de eerste moeten zijn die naar buiten gaat en zegt dat het hun taak is om gegevens te verzamelen en dat ze zich niet lenen voor het bepalen van het percentage ontbossing, maar dat deed hij niet. Het bleef stil. Vandaar de conclusie dat hij de voorkeur gaf aan sensatiezucht boven de cijfers.

Hoe zit het dan vandaag met de ontbossing in het Amazonegebied?

Vorige week zei Imazon, een NGO die niets met de overheid te maken heeft en zelfs door mij werd bekritiseerd vanwege een begrotingskwestie, dat de toename van de ontbossing de afgelopen 12 maanden met 15% is gestegen en niet met 88% zoals bevestigd op basis van de gegevens van Deter, ook niet 278%, zoals de week daarop werd beweerd. Niemand verdedigt die 15%. Ik zeg dit enkel om te stoppen met het uitvinden van verschillende berekeningsformules, alleen om sensatie te genereren. Dat is onverantwoord. We hebben ook aangetoond, met behulp van een ander systeem, veel moderner dan dat van Deter, dat meer dan de helft van de waarschuwingen voor ontbossing die in juni 2019 werden toegeschreven, eigenlijk uit augustus 2018 kwamen. Hebben we dit gedaan met het doel ontbossing te ontkennen? Nee. Om de toename van ontbossing te ontkennen? Ook niet. We wilden gewoon aantonen dat de vrijgegeven cijfers onjuist waren.

Ricardo-Salles-Gov-Mauro-Me
Governeur Mauro Mendes en Ricardo Salles, in de luchthaven Marechal Rondon – Mato Grosso (22-08), om te praten over de vele branden in die deelstaat.

De regering heeft aangekondigd dat zij van plan is het bewakingssysteem voor ontbossing in het Amazonegebied te wijzigen. Zijn de twee systemen tegenwoordig niet voldoende om de regio te bewaken?

Niemand zal raken aan het Prodes of het Deter systeem, voor alle duidelijkheid en omdat er mensen zijn die zeggen dat wij beide systemen willen vervangen. Niets daarvan. Beiden zullen doorgaan, elk met zijn eigen missie, zijn eigen kenmerken. Er bestaan vandaag wel veel modernere systemen, via meer dan honderd internationale satellieten die hun monitor-diensten te koop aanbieden. Deze satellieten passeren meerdere malen per dag boven het Amazonegebied, monitoren om de 3 of 4 uur en sturen op alle momenten geactualiseerde afbeeldingen. Deter brengt elke 15 dagen op dezelfde plaats door. De beelden van deze nieuwe satellieten hebben een veel hogere resolutie en een nauwkeurigheid van 3 meter. Die van Deter bedraagt 56 meter, een groot verschil. Met het dagelijkse systeem beschikken we over meer geactualiseerde gegevens, met een grotere precisie waardoor we Ibama beter kunnen oriënteren op het moment dat zij acties ondernemen. Deter komt met een foto uit het verleden. Het nieuwe systeem niet. Dit zorgt voor een dagelijkse oriëntatie, vrijwel in real time.

Werkt u al met dat nieuwe systeem?

We hebben een aanbesteding opgesteld wat vele bedrijven de mogelijkheid biedt om mee te doen, waaronder het bedrijf dat als beste werd aangekondigd (Planet – VS). Ze moeten zich inschrijven en zorgen dat ze winnen. Maar dit is het model waarnaar we op zoek zijn.

En wat gaat dat kosten?

Het budget is R$ 5 miljoen per jaar, zonder beperking van het aantal afbeeldingen, dat de zogenaamde ontbossingsboog bestrijkt, die één miljoen vierkante kilometer is waar de hoogste intensiteit van illegale ontbossing is.

Voormalig president van Inpi, Ricardo Galvão, bekritiseerde deze beslissing en zei dat de regering de nationale wetenschappers zou moeten steunen om de ontwikkeling van de wetenschap in het land te stimuleren, in plaats van een externe leverancier te zoeken. Wat is uw mening hierover?

Dit antiamerikanisme van de Braziliaanse wetenschap is achterlijk en onproductief, want in plaats van dat we het beste hebben, ongeacht de nationaliteit, eindigen we met een Braziliaans systeem dat niet het beste ter wereld is.

Zou Brazilië dat niet kunnen aanbieden?

We kunnen samen een technologie ontwikkelen, maar we hebben geen tijd om daarop te wachten. Als er in het buitenland al een dergelijk product te koop is, wat is dan de reden om dat niet te doen, buiten die anti-Amerikaanse opvatting? Een dergelijke visie is zinloos, dit is nationalisme, iets uit de jaren 70. We moeten op zoek naar het beste wat er verkrijgbaar is, en uitgeven wat nodig is.

Wat is de reden voor deze toename van de ontbossing in het Amazonegebied? Was er een versoepeling in de handhaving?

Federale milieuhandhavingsinstanties – Ibama en ICMBio – verliezen jaar na jaar budget en personeel. Vandaag kunnen beiden instanties slechts 50% van de openstaande vacatures invullen, een geërfde situatie. Hun budget is groot, de infrastructuur zwak met een tekort aan voertuigen, computers, andere apparatuur. Dat verklaart voor een groot deel waarom de ontbossing toenam in de jongste jaren. Inspecties worden ook uitgevoerd door de militaire politie, andere overheidsinstanties. Wanneer die instanties hun rol niet vervullen, dan komt er een toename van illegale praktijken. Tenslotte hebben we al dertig jaar lang het bestaan van de lokale bevolking genegeerd, een bevolking die nood heeft aan economische activiteiten. Het is zinloos om te praten over het potentieel van het regenwoud als de gezinnen die er wonen in ellende leven. Deze mensen zullen een manier vinden om geld te verdienen, zelfs op een illegale manier. Er bestaan op dit moment ongeveer 850 illegale mijnen die heus niet dateren vanaf januari 2019. Doen alsof deze mensen geen nood hebben aan een economische dynamiek en denken dat het volstaat om te zeggen dat het verboden is, is totaal onrealistisch. Wat moet er dan wel gebeuren? Er moeten regels komen voor de activiteiten; de mensen moeten hun brood kunnen verdienen op een formele manier, onder toezicht en hen toelatend om goed werk te verrichten. Je kop in het zand steken en doen alsof ze er niet zijn, hen op die manier verplichtend om zichzelf in leven te houden op een illegale manier, is de slechtste oplossing.

Wat is het resultaat van de huidige inspectie sinds de aanvang van deze regering? Werd daarvan reeds een balans opgemaakt?

In juli voerde Ibama de grootste operatie uit in zijn geschiedenis. Tegelijkertijd werden er 17 ploegen ingezet in verschillende deelstaten en regio’s van Brazilië, met als gevolg een van de grootste hoeveelheden inbeslaggenomen hout ooit, voertuigen, machines en het opstellen van een proces-verbaal. Dit bewijst dat er geen tussenkomst is van de regering, noch van mijnentwege of van iemand anders in het Ministerie van Milieu, in een poging om de inspecties te hinderen. Het is wel duidelijk dat die inspecties moeten gebeuren binnen de bestaande wetgeving, op een redelijke manier, en vooraf uitgereikte licenties respecterend. Er wordt vaak opgetreden tegen acties die over een licentie beschikken. Het moet zinvol blijven. Trouwens, de statistieken van Ibama wijzen uit dat van al hun acties, slechts 1 tot 3% tot het einde wordt uitgevoerd. De administratieve afhandeling sleept tot 7 jaar aan, en dat wil zeggen dat die gigantische hoeveelheid inspecties niet het gewenste resultaat hebben.

Hoe komt het dat zo weinig processen het einde halen?

Omdat de omschrijvingen van de inbreuken erg zwak waren, of niet opgesteld volgens de wetgeving. Anders gezegd: het ontbreekt aan effectiviteit. Het gaat hier niet meer om kwaliteit, wel om kwantiteit. Er is te weinig personeel om het allemaal uit te zoeken. Vervolgens tekende de president een besluit tot instelling van de hoorzitting over het milieuoverleg, een praktijk die al heel goed werkt in de staat São Paulo en de duur van administratieve procedures met 60% inkort. Dertig dagen na de ontvangst van het proces, wordt de beklaagde opgeroepen voor een verzoeningspoging. Daar kan hij schuld bekennen en de opgelegde boete in deelbetalingen opsplitsen. Het is dan ook al mogelijk om te bekijken welke de saneringsmaatregelen zijn die passen bij de overtreder, om eventuele fouten in het proces te identificeren. Het is echt niet nodig om daar zeven jaar over te doen. Bemiddelingshoorzittingen versnellen het proces, een goede administratieve maatregel.

President Bolsonaro heeft kritiek geuit op de acties van buitenlandse regeringen en nationale en internationale NGO’s in het Amazonegebied. Maar gerenommeerde wetenschappers, zoals prof. José Goldenberg zegt dat veel NGO’s technisch bijdragen aan het verminderen van ontbossing. Wat stoort u zo aan NGO’s en de acties van buitenlandse regeringen met betrekking tot het behoud van het Amazonegebied?

Zoals altijd in het leven, zijn er goede mensen en slechte mensen. Er zijn goede NGO’s en slechte NGO’s, er zijn goede milieuactivisten en slechte milieuactivisten. Er zijn goedbedoelende mensen en mensen van kwade trouw. Onze rol is om het ene van het andere te scheiden, en dat is moeilijk. Professor Goldenberg, bijvoorbeeld, is een geweldige wetenschapper, een geweldige Braziliaan, een evenwichtig persoon, zeer correct, iemand die Brazilië goed heeft gediend. Als hij kritiek levert, luisteren we. Wij willen geen fouten maken, wij hebben niet het absolute recht op de waarheid. Als we het fout hebben, dan moet die fout hersteld worden. Nu zijn er veel projecten – niet alleen op milieugebied – die zijn opgezet door NGO’s en belangengroepen om geld van de overheid aan te nemen zonder het openbare beleid te voeren dat ze zeggen te zullen doen, de service die ze zeggen te bieden en zonder voordeel te brengen aan de maatschappij waar ze over opscheppen. Het zit vol met dergelijke gevallen in de ministeries van Volksgezondheid, Mensenrechten, Milieu. Onze grootste uitdaging is om het kaf van de tarwe te scheiden, goede initiatieven te onderhouden en te ondersteunen en niet bang te zijn om de navelstreng door te snijden, de kraan dicht te draaien, voor datgene wat niet deugt.

En in het geval van buitenlandse regeringen, wat zit u zo dwars?

De redenering is dezelfde. Er zijn initiatieven die voortkomen uit goede internationale ondersteuning en initiatieven die een dekmantel zijn, een rookgordijn, om bepaalde problemen te verstoren, om toegang te krijgen tot beperkte gegevens. Het is iets dat veel gebeurt. Er zijn middelen om NGO’s te ondersteunen die daadwerkelijk dienen om de impact te dempen, om de publieke opinie rond zakelijke projecten te behouden. Ze kopen de publieke opinie via NGO-geld. We moeten weten hoe we het ene van het andere onderscheiden.

Graag een voorbeeld.

Dat ga ik niet geven omdat dit gegarandeerd eindigt in een puinhoop. Maak gewoon een geografische kruising waar er buitenlandse investeringen in het spel zijn, waar die NGO’s gelegen zijn, en wat het doel is van de financiële middelen die gebruikt worden voor projecten van buitenlandse bedrijven.

Duitsland en Noorwegen hebben uiteindelijk de donaties aan het Amazone Fonds opgeschort. Was er geen manier om die confrontatie te vermijden?

We zitten midden in de onderhandelingen met Duitsland en Noorwegen. Het feit is dat je niet over dingen kunt onderhandelen in de veronderstelling dat je doet wat ze willen of dat ze stoppen met het sturen van geld. Onderhandelen hoeft niet alles te zijn wat zij willen of alles wat wij willen. We hebben een positie die zeer redelijk, institutioneel, objectief en technisch is, en onze suggestie werd aan beide landen aangeboden. Er zijn drie, vier bijeenkomsten geweest om hierover te onderhandelen, de ambassadeurs van beide landen en ik, die de taak hebben deze kwestie in de regering te regelen. Maar het is een moeilijke onderhandeling, want het gaat om de ministeries van Milieu van de drie landen, de publieke opinie van de drie landen. Als we gedwongen worden om niets te veranderen, is onze stelling dat het fonds opgedoekt wordt. Maar als ze een beetje willen onderhandelen en hun gezond verstand gebruiken, dan zullen we het wel eens worden.

In een commentaar op de vermindering van de middelen in het Amazone Fonds zei u dat Noorwegen niet bevoegd was om het Braziliaanse milieubeleid te bekritiseren omdat zij de walvisvangst en de oliewinning in het Noordpoolgebied bevorderen. De aanval is de beste verdediging?

Ik heb niet gezegd dat zij geen legitimiteit hebben om te spreken. Ik zei dat milieuproblemen overal bestaan in de wereld, ook in Noorwegen. Ik zal je een voorbeeld geven om uit te leggen waarom ik over deze olie- en walviskwesties heb gesproken. Greenpeace bekritiseert Brazilië voor alles wat het kan in het milieu en sluit zijn ogen voor walvisvangst in Noorwegen. Het is een onsamenhangende positie. Dat wil niet zeggen dat we hun financiële middelen afwijzen. Ik sprak enkel om de dingen op de juiste plaats te zetten. Wat het probleem betreft van de oliewinning in het Noordpoolgebied: verschillende bedrijven hebben olie-exploratieprojecten aan de monding van de Amazone in Brazilië. Milieu-activisten willen niet eens van deze projecten horen, ondanks dat er aan de andere kant van de monding, in Guyana, olie geëxploreerd wordt in dezelfde omstandigheden als in Brazilië. Aan de andere kant zoekt Noorwegen naar olie in het midden van het Noordpoolgebied. Hoe kan men kritiek geven als de criticus net hetzelfde doet, met name naar olie zoeken in kwetsbare gebieden? Het lijkt dus veel meer op een commerciële strategie om te voorkomen dat een concurrent olie in die regio produceert, dan op een zorg voor het behoud van het milieu.

President Bolsonaro heeft de bevrijding van de mijnbouw in de Amazone, inclusief inheemse landen, verdedigd. Wat vindt u van ertswinning in het Amazonegebied en inheemse landen?

Zoals ik al zei, er bestaan 850 mijnen in het gebied, een meerderheid daarvan in reservaten, inheems gebied. Die zijn er al. Het is niet Bolsonaro die dat toeliet. Overigens, de inheemse bevolking wordt niet uitgekozen door de blanke. Het zijn zijzelf die aan mijnbouw doen, vaak helpen bij de illegale houtkap in hun eigen gebied en daarvoor geld ontvangen. Doen alsof deze realiteit niet bestaat, is het slechtste openbare beleid dat kan bestaan. Als we een volwassen, verstandige en open discussie over dit onderwerp kunnen voeren en dus de regelgeving kunnen opstellen, zal de formalisering van deze activiteiten, regels opstellen, die regels effectief kunnen handhaven, zeker veel beter zijn voor de economie van het land, voor het genereren van banen, en vooral voor het behoud van het milieu.

Vormt dit geen bedreiging voor het behoud van het milieu?

De grootste stimulans voor gebrek aan zorg voor het milieu, is armoede. Het gooit mensen in een totaal gebrek aan respect voor het milieu. Bezoek gewoon de gebieden rond de Billings en Guarapiranga-dammen in Sao Paulo, en je zal de schade zien die beperkende, onrealistische wetgeving kan veroorzaken. Hetzelfde met het Amazonegebied. In São Paulo is de wet zo restrictief dat verhuurders hun gebieden verlaten. Dan vallen de huizenbewegingen binnen, vernietigen de vegetatie, aarden het land, bouwen onregelmatige huizen en voeren zoet water af in de lente. Wat was het doel van het verstikken van de landeigenaar? Het zou beter zijn geweest als hij een redelijk uitgebalanceerd vastgoedproject had ontwikkeld met een riolering, waarbij een deel van de inheemse vegetatie werd behouden. Wat gebeurt er door dat te veranderen in een economisch niet-levensvatbaar gebied? Het is verlaten, dankzij illegaliteit, informaliteit, respectloosheid – en dat is wat er gebeurt in het Amazonegebied.

Bron

Foto: Fotos Públicas - Lula Marques / Mayke Toscano - Secom-MT

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s