Fernandinho Guarabu, het verhaal van een zeldzame foto

Fernandinho-Guarabu

Fernandinho Guarabu, echte naam Fernando Gomes de Freitas (39), werd deze week donderdag doodgeschoten tijdens een operatie van de militaire politie. Guarabu was een van de meest gezochte drugsdealers van de deelstaat Rio de Janeiro, met 14 aanhoudingsbevelen op zijn naam. Vijf andere mannen die deel uitmaakten van het commando van de drugshandel in de gemeenschap van de Morro do Dendê (Ilha do Governador, het eiland in de Guanabara baai waar de internationale luchthaven gevestigd is), kwamen eveneens om het leven.

De politie zegt dat ze op kogels ontvangen werden bij aankomst, en dat zij terugvuurden, aldus zes mensen dodend. Een aantal wapens, draagbare radio’s en drugs werden in beslag genomen. Fernandinho Guarabu had een uitgebreid strafblad op zijn naam, en werd al vier maal veroordeeld voor moord en drugshandel. Hij was de leider van die handel op het eiland gedurende 15 jaren.

De Portugese fotograaf João Pina was tien jaar geleden aanwezig op het eiland in een poging om beide kanten van het verhaal te begrijpen. Hij bezocht toen ook enkele andere sloppenwijken in Rio de Janeiro. Een bevriende journalist bracht hem in contact met pastoor Sidney Aspino, een evangelische prediker die zich werkelijk inzette voor zijn medemensen. Hierdoor had Aspino nauwe contacten met de topfiguren van de lokale drugshandel, inclusief Guarabu. João Pina schrijft hierover het volgende verhaal:

Toen ik aankwam legde ik meteen uit dat ik wilde praten met de drugsdealers, en hen wou fotograferen. Ik begreep namelijk niet hoe het kon dat een stad als Rio de Janeiro een gewapend conflict doormaakt, en waarom de meerderheid van de lokale pers slechts één kant van de zaak belichtte. In hun berichten ging het vrijwel altijd over “bandidos” zonder ook maar één keer te luisteren naar wat die dan te zeggen hadden. Op dezelfde avond van mijn aankomst vergezelde ik de pastoor terwijl hij rondliep door de steegjes van de favelas, gecontroleerd door de misdaadorganisatie Terceiro Comando Puro om te praten en te bidden in het gezelschap van verscheidene drugsdealers, in het bezit van wapens. Die gaven hem een hand en baden samen met hem voor hun welzijn en dat van hun families.

Denk vooral niet dat de pastoor dat deed om hen te plezieren. Hij veroordeelde het geweld en de verkoop van drugs, en stond erop om dat duidelijk te maken tegenover hen. Tegelijk besefte hij wel dat die jongeren met teenslippers, machinegeweren en gordels met munitie en granaten in dat leven stapten, zonder enig vooruitzicht op een terugkeer. God betekende voor hen, naar alle waarschijnlijkheid, het enige straaltje hoop in hun leven.

Het werden hallucinerende dagen en nachten voor mij doordat ik kon praten met diverse jonge mannen, allemaal jonger dan ik, over voetbal, bewapening, de liefde, hun dromen, en hen mocht fotograferen met ontbloot gelaat, hen hoorde lachen en plezier maken met hun vrienden.

Na enkele nachten te hebben doorgebracht op het eiland, zei de pastoor dat hij ging praten met Fernandinho, de chef van de drugshandel op het eiland. Op zijn 29ste was hij al een van de grootste veteranen van de drugshandel in Rio de Janeiro. Uiteraard wist Fernandinho al dat ik me op zijn territorium bevond, en ook hij wilde me ontmoeten.

Morro-Dende-2

Enkele uren later (het leken wel enkele dagen) ging de telefoon. Het was de pastoor om te zeggen dat hij me naar hen zou begeleiden. Ik nam mijn camera’s en ging op weg, omhoog naar de Morro de Dendê (foto) waarbij ik diverse checkpoints moest passeren waar de drugsdealers ons de weg wezen naar een ontmoeting met de ‘Leão” (leeuw). Ik ging een klein winkeltje binnen en gingen weer buiten langs een achterdeur waarna een via een ronde trap naar boven ging. Boven zaten diverse jongeren, stevig bewapend, te praten met de pastoor. Ik werd voorgesteld en uitgenodigd om een verschanste kamer binnen te treden waar Fernando Gomes de Freitas, een van de meest gezochte drugsdealers van Rio de Janeiro leefde. In de kamer: een bed voor twee personen, twee sofa’s, een TV-toestel, een aquarium en een trainingsfiets. Een man, type Pablo Escobar ‘carioca’, leefde in een vochtige gemetselde ruimte, verschanst tussen een winkel en een steegje.

Fernando had een strak lichaam, een gezicht dat gekenmerkt was door het leven, en een doordringende blik. Het was duidelijk dat hij het niet gewend was om buitenlandse journalisten te ontmoeten, maar dankzij pastoor Sidney zaten we enkele ogenbikken later al te lachen. Ik vroeg of we het gesprek mochten opnemen, hij ging akkoord.

We praatten over het feit dat hij zich voortdurend moest verplaatsen, uit voorzorg om niet gevonden te worden door de politie, of door zijn rivalen in de misdaad. Hij legde me uit hoe de wapenhandel tewerk ging, hoe hij kon ontsnappen aan de politie als die operaties uitvoerden op het eiland (door hen smeergeld te betalen), hoe hij de inwoners van de sloppenwijken hielp (financieel), of tussenkwam bij conflicten tussen hen (waarbij hij de rechter speelde). Tenslotte hadden we het ook over zijn leven, zijn kinderen en hoe hij nooit wenste dat die in zijn voetsporen zouden treden, in de wereld van de drugshandel.

Aan het einde van het gesprek wilde ik een foto maken. Ik suggereerde dat hij plaats zou nemen in de andere sofa waarop een splinternieuwe AK-47 lag, nog in de verpakking. Ik zei: laat die maar liggen. Hij antwoordde: niet nodig, mijn gezicht is als een machinegeweer. Na deze eerste ontmoeting zouden er nog andere volgen in de komende jaren. (de foto is te zien op de bron-pagina van dit opiniestukje)

Deze week donderdag werd ik wakker met het bericht dat Fernandinho Guarabu, een van de oudste en meest gezochte drugsdealers van Rio de Janeiro, doodgeschoten werd door de politie. Ik ging kijken op het internet en zag dat mijn foto, genomen op die sofa, gebruikt werd door diverse Braziliaanse kranten en TV-stations om het nieuws te illustreren, zonder dat ik daar enige toelating voor gaf. De media die mijn foto gebruikten zonder toelating, zijn dezelfde die elke slachtoffer van een politiekogel als “bandido” bestempelen. Zij gaan nooit naar een sloppenwijk en willen zelfs niet eens weten wat de andere kant te zeggen heeft. Ik vind dat een schande. Mijn afbeelding van Fernandinho kan niet gepubliceerd worden onder het mom van “persoonlijk archief”, “divulgação” noch onder een “Creative Commons” licentie. Die foto is de vrucht van jaren van journalistiek onderzoek, en van het gewonnen vertrouwen van velen.

Het is net dit soort vooringenomen informatie dat helpt bij het creëren van een klimaat waarin populisten verkozen worden, of het klimaat waarin lezers hun haat publiceren in hun commentaren, of films voortbrengen waarin mensen worden afgebeeld die gemarteld worden door de politie die toegejuicht wordt, of waarin zinnen uitgekotst worden als “een goede bandiet is een dode bandiet”. Hoe ver zijn we gekomen als de zogenaamde “goede burgers” publiekelijk applaudisseren wanneer er iemand vermoord wordt?

Ik denk dat journalisme niet enkel dient om de massa te voeden met “informatie”, maar ook moet gebruikt worden om punten te creëren, het debat en het burgerschap te stimuleren. Het is daarom dat ik, als onafhankelijke fotograaf, tien jaren naar Rio de Janeiro trok om het stedelijk geweld in beeld te brengen. Ik heb er de angst gezien en gehoord, de nood en het geween van honderden mensen vastgesteld, onder hen drugsdealers, politie, families en gewone burgers die het slachtoffer zijn van geweld in de “cidade maravilhosa”.

Voor mij is het duidelijk dat Fernandinho Guarabu bijzonder scherpzinnig en intelligent was, met een enorme werklust en zin voor organisatie en beheer in tegengestelde omstandigheden. Hij was goed geïnformeerd en nieuwsgierig over alles wat er in de wereld gebeurde. Enkel op de Morro de Dendê regelde hij het leven van ongeveer 60.000 mensen. Mochten de omstandigheden en kansen van de armen, de zwarten en de inwoners van de sloppenwijken anders zijn, dan zou iemand als Fernando bekwaam zijn om burgemeester te worden van Rio de Janeiro.

João Pina (38) – fotograaf met gepubliceerde werken in The New York Times, The New Yorker, Time, Stern e.a.

Bron

Illustraties: Facebook - Youtube

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s