De patriotten, volgens Istoé

Patriotten

Tijdens een interview, toegestaan aan de Argentijnse krant La Nación, gaf president Bolsonaro opnieuw kritiek op ex-presidente Cristina Kirchner en herinnerde aan de goede verstandhouding die zij had met ex-collega’s Lula en Dilma Rousseff: “Cristina Kirchner stond erg dicht bij Lula en Dilma, en wat die twee hier in Brazilië verdedigden, via het ‘Foro de São Paulo’ (een conferentie van linkse politieke partijen en andere organisaties uit Latijns-Amerika en het Caribisch gebied. De conferentie werd opgericht door de Arbeiderspartij van Brazilië in 1990 in de stad São Paulo), met de onvoorwaardelijke steun van Hugo Chavéz, Nicolas Madura en de Cubaanse dictatuur, is een ervaring die wij niet opnieuw willen beleven”. Op de vraag of hij (Bolsonaro) denkt dat Cristina Kirchner corrupt is antwoordde hij: “Wie daarover moet oordelen is het Argentijnse gerecht. Hier in Brazilië bestaan geen twijfels meer over Lula”. Een en ander leidt tot de conclusie dat de Braziliaanse president nog steeds vervuld is van een ideologisch denken, en dat staat mogelijk in de weg van een regering die tenslotte voor alle Brazilianen moet zorgen. Is er dan niemand in de regering en in het parlement die oprecht begaan is met zijn of haar landgenoten, om het even rechts of links? Toch wel. Het tijdschrift Istoé maakte een lijstje op van politici die, volgens hen, hard werken en voornamelijk denken aan het welzijn van alle Brazilianen. Een vertaling:

Er zijn wel degelijk mensen in de machtstructuur die bezorgd zijn met de maatschappij en met de ontwikkeling van het land. Die mensen denken aan het tweede deel van de beroemde uitspraak van John Kennedy: “Vraag niet wat uw land voor u kan doen, maar vraag wat u kan doen voor uw land“. Ministers, parlementairen, voorzitters van financiële instellingen, militairen, magistraten, allemaal succesvol in hun eigen professionele bestaan, konden aldus verder leven, op een rustige manier. Toch kozen zij voor een leven in de publieke administratie. Een van de meest opvallende figuren in deze zin is minister van economie Paulo Guedes. Hij studeerde aan de prestigieuze (privé) universiteit van Chicago, bekend voor het onderwijs van het liberalisme. Guedes zou nu zelf les kunnen geven, of een vetbetaalde baan hebben in de financiële wereld, in Brazilië of ergens in het buitenland. Toch liet hij dat (inclusief een riant salaris) vallen en werd minister in een regering die minstens 1 leeuw per dag moet doden, in een poging om het land weer op het rechte spoor te krijgen.

Guedes kreeg flink op zijn nek toen hij zijn voorstel tot de hervorming van de pensioenen kwam uitleggen in de Kamer zonder hij echt verdedigd werd door de basis van de regering, integendeel, hij werd zelfs grof beledigd door Zeca Dirceu, zoon van de corrupte vader José Dirceu (PT, momenteel weer achter de tralies).

In een ander debat over die hervorming kwam Kamervoorzitter Rodrigo Maia (DEM) even langs als iemand die er zich niet meteen wil mee moeien, maar in werkelijkheid beseft ook hij dat die hervorming de reddingsboei is van het land dat anders nog dieper gaat wegzinken in de economische put. Maia steunt Paulo Guedes en doet wat hij kan, en dat is niet weinig als Kamervoorzitter. Maia woont gemiddeld 16 vergaderingen bij per dag, is de eerste om aan te komen in de hoofdstad Brasília op maandag, en de laatste om te vertrekken op vrijdag. Hij is een fervente verdediger van de harmonie en de republikeinse onafhankelijkheid van de drie machten. De volksvertegenwoordigers begrijpen hem, een van hen zei ooit: “Mocht Maia niet aan Brazilië denken, dat had hij het al lang geleden opgegeven”.

Ook Senaatsvoorzitter Davi Alcolumbre (DEM) is een voorstander van de hervorming. Over hem wordt gezegd: “Als iemand hem aanspreekt om te klagen over een of andere politicus, dan luistert hij met de nodige aandacht, maar in werkelijkheid gaat zijn prioriteit naar andere dingen zoals de economische hervormingen, en het ontmijnen van voorstellen die volgens hem kant noch wal raken”.

Het patriottisme dat in dit artikel wordt behandeld, heeft niets te maken met het patriottisme dat het land in het verleden kenmerkte. Een voorbeeld van die verandering is de militaire vleugel. De minister die belast is met het secretariaat van de regering, generaal van de reserve Carlos Alberto Santos Cruz, is het Weberiaanse ‘idealtype’ van het onderscheid tussen het huidige patriottisme en de anachronistische verheffing van het land door nationalisme. Het is de moeite waard om hier de gezonde klassieke scheiding te onthouden zoals omschreven door de Engelse historicus Lord Acton, voor wie de naïeve patriot nationalistische banden met ‘natuurlijke en raciale kwesties’ heeft, terwijl de “hedendaagse patriot zich bezighoudt met zijn plichten tegenover de politieke gemeenschap”. Met zeven onderscheidingen leidde Santos Cruz leiding VN-vredesmissies in Haïti (12.000 manschappen) en in Congo (23.700 soldaten uit 20 landen leidend). Een van zijn uitspraken is kenmerkend voor de dimensie van zijn karakter en emotie: “Je went nooit aan het menselijk lijden”. In de huidige regering ontwikkelde hij zich als een van de voornaamste gesprekspartners, met alle partijen, vooral nadat hij erin slaagde om de aanvallen van de rechtse internetfilosoof Olavo de Carvalho te neutraliseren. Santos Cruz nam de tegenstellingen weg tussen het tweede en derde bestuursniveaus zonder dat hij hiertoe een specifieke opdracht kreeg.

Een andere bekende figuur uit de militaire vleugel is generaal Eduardo Villas Bôas. Het was hij die kritisch stond tegenover het idee om de strijdkrachten in te zetten in de heuvels en sloppenwijken van Rio de Janeiro om te jagen op bandieten: dit is niet onze constitutionele functie, zo zei hij toen. Maar de autoriteiten luisterden niet. Nu is Villas Bôas een belangrijke raadgever in het kabinet van institutionele veiligheid, onder het commando van generaal Augusto Heleno. Eduardo Villas Bôas aarzelt zelfs niet om hardhandige kritiek te uiten op president Bolsonaro als hij dat nodig acht, zeker als er democratische waardes op het spel staan.

Ook Sérgio Moro, voormalige rechter (bekend door het Lava Jato onderzoek en de veroordelingen hieromtrent, waaronder die van ex-president Lula) en minister van justitie, geeft hoop aan de Brazilianen door zijn visie die neerkomt op “dialoog en betrokkenheid met het land overwinnen de domheden van het extremisme”, een visie die gedeeld wordt door Dias Toffoli, de huidige voorzitter van het hoogste gerechtshof STF. Minder goede analisten oordelen over hen als onderdanig, of soms gedurfd. Wie oprecht bezorgd is over de politieke thermometer in Brasília, staan beiden bekend om hun verzoeningspogingen, dit in aanvulling op een werkschema van gemiddeld 15 uren per dag. Toffoli schoof de kwestie van een strafuitvoering na een veroordeling in 2de instantie verder weg in de toekomst, dit om te vermijden dat de reeds bestaande toren van Babel in Brazilië verder groeit. Sérgio Moro liet een carrière achter zich van 22 jaren als magistraat en stelde zich bloot aan de kritieken van de Braziliaanse bevolking in de hoedanigheid van minister, een (tijdelijke) job in dienst van de samenleving.

Die bevolking, net als in vele andere landen, verloor het vertrouwen in politici. Een wantrouwen ten opzichte van de (alle) politici, betekent dat het kaf niet meer van het koren gescheiden wordt. Twee jonge volksvertegenwoordigers, voor de eerste maal verkozen, vechten hiertegen. Tabata Amaral en Kim Kataguiri doen oprechte pogingen om de Braziliaanse burgers weer te laten geloven in de politiek, dit als de enige democratische uitweg uit de bestaande problemen. Zij plaatst zichzelf in het centrum-linkse kamp, hij identificeert zichzelf als rechts. Zij zet zich in voor de opvoeding en debatteerde al vrij heftig met de ministers van dat kabinet: de mislukte figuur van Ricardo Vélez, en de huidige minister Abraham Weintraub. Kataguiri is een voorstander van de liberale economie, en zet zich in op dat vlak.

Tabata (dochter van een dienstmeid en een buschauffeur) had een academische carrière kunnen nastreven via de Harvard universiteit, en Kim had kunnen lesgeven in politieke wetenschappen. Beiden zijn fervente verdedigers van een dialoog, hierdoor de politiek weer in de richting duwend van het vertrouwen van de bevolking. Tabata zegt: “De ideologische oorlog in Brazilië is gevaarlijker dan te leven onder het bewind een autoritaire leider”. Op haar nachtkastje ligt het boek ‘How Democracies Die’ (Steven Levitsky), haar bezorgdheid over de democratie aantonend. Kim Kataguiri: “We maken nu deel uit van het Parlement. Indien iemand van rechts weigert te praten met iemand van links, dan zit die persoon op de verkeerde plaats. Kim huurt een appartement in Brasília, samen met enkele raadgevers, ondanks dat hij recht heeft op een (gratis) functioneel appartement. Zijn huur bedraagt R$ 2.500.

Bron

Foto: Marcelo Camargo - José Cruz - Valter Campanato - Antonio Cruz - Rovena Rosa / Agência Brasil

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s