Palocci laat weer van zich horen

Navio-Sonda

De krant Estadão laat vandaag weten dat ex-minister Antonio Palocci vertelde hoe Lula tussenkwam bij de pensioenfondsen van de overheid om het project Sete Brasil te financieren en aldus fondsen verzamelde voor de campagnes voor de PT. Palocci meldt dit in zijn getuigenis, in het kader van het afgesloten gerechtelijk akkoord. Volgens de ex-minister zouden Lula en Dilma Rousseff bepaald hebben dat de leiding van de fondsen Previ, Funcef en Petros zou zorgen voor het nodige kapitaal dat de bouw van booreilanden moest bekostigen.

De (ex) leiders van de fondsen die vernoemd worden door Palocci: Sérgio Rosa en Ricardo Flores (Previ), Guilherme Lacerda (Funcef) en Wagner Pinheiro & Luís Carlos Affonso (Petros). Deze laatste werd vorige vrijdag in voorlopige hechtenis genomen, in het kader van de 56ste fase van het Lava Jato onderzoek (Toren van Pituba).

Palocci vertelde ook over de ontmoetingen van Lula met de directie van deze fondsen en zegt dat hij Lula vooraf waarschuwde voor de risico’s omdat het niet ging over gewone vergaderingen maar wel over “ongeoorloofde rapporten”. Hij voegde eraan toe dat de betrokkenen hem vooraf opzochten omdat ze zich zorgen maakten over dit project: “Ze vroegen mij om de druk van Lula en Dilma weg te nemen opdat zij voldoende tijd zouden krijgen om het project te analyseren en om later eventueel op een correcte manier te investeren”. Volgens Palocci reageerde Lula “erg boos” en zei hij “Wie hier verkozen werd ben ik; ofwel doen zij wat ik vraag, ofwel zorg ik dat ze vervangen worden”.

Het kapitaal van deze pensioenfondsen was essentiëel voor de oprichting van Sete Brasil.

Sete Brasil

In december 2010 verkeerde Brazilië nog altijd in de roes van de laatste dagen van de periode Lula, en in het vooruitzicht van het beheer van zijn opvolgster Dilma Rousseff. Het was een fase waarin het land leek te floreren. Het waren de dagen waarin het tijdschrift The Economist uitpakte met een cover waarop het beeld van Cristo Redentor getransformeerd werd tot een opstijgende raket, met als titel “Brazil takes off”. Een groeicijfer van 7,5% deed de regeerders dromen van meer en beter. Een groep executieven van het staatsbedrijf Petrobras besloot om een nieuw investeringsbedrijf op te richten, vanaf nul, dit om booreilanden en schepen te bouwen om het pré-sal gebied voor de kust van Rio de Janeiro te kunnen ontginnen. Er werden daar immers grote oliereserves ontdekt op grote diepte.

Het nodige geld (en dat was niet weinig) werd gevonden bij pensioenfondsen van de overheid (natuurlijk), banken en grote bedrijven als Odebrecht en Queiroz Galvão. Het nieuwe bedrijf kreeg de naam Sete Brasil en er zou 25 miljard dollar geïnvesteerd worden om 29 booreilanden te bouwen tot in 2020. Scheepswerven werden gecontracteerd, de scheepsindustrie ging terug tot leven komen en de werkgelegenheid omhoog. De PT was in zijn nopjes met de nationalisatie en met de economische politiek. De investeerders deden hun duiten in het zakje, een totaal van 8,2 miljard.

Helaas kwam er niet veel van in huis, niet alleen omdat de aandeelhouders van Sete Brasil geen specialisten waren in het bouwen van booreilanden, maar ook en vooral omdat het echte doel wat anders was. Sete Brasil werd een filiaal van het petrolão schandaal. Dit alles kwam aan het licht door het Lava Jato onderzoek. Namen als Pedro Barusco (Petrobras), João Carlos Ferraz (directeur Sete Brasil) en João Vaccari Neto (ex-schatbewaarder PT) bleken betrokken te zijn in het corruptieschema. Ferraz bekende in juli van 2016 aan rechter Sérgio Moro dat hij steekpenningen, betaald door de scheepswerven, verdeelde onder de PT (via João Vaccari), Renato Duque (ex-directeur Petrobras), Pedro Barusco en Eduardo Musa (Petrobras, scheepsingenieur).

Het schema ging verder dan dat. Lobbyist Zwi Kornick, een Petrobras veteraan, werd op dezelfde dag gearresteerd als het marketingkoppel João Santana en Mônica Moura (in dienst van de PT). De connectie tussen de drie werd enkele maanden voordien ontdekt d.m.v. een nota van Mônica, in het bezit van Kornick. Op die nota stonden de richtlijnen hoe geld moest overgeheveld worden naar de buitenlandse rekeningen van het koppel.

Het ganse verhaal is hier te vinden.

Wat Palocci en Barusco eerder opbiechtten

Tijdens de oprichting van Sete Brasil in 2010 werd R$ 153 miljoen weggesluisd, waarvan 50% naar Lula. Dit alles werd besproken in het presidentiële paleis Planalto, aldus Palocci. Zes operaties van dit bedrijf kostten al US$ 4,8 miljard, waarvan 1% omgeleid werd als steekpenningen, inclusief voor Lula, aldus voormalige Petrobras directeur Pedro Barusco.

In juni van 2016 sloot Sete Brasil een gerechtelijk akkoord af om een faillissement te voorkomen. De schuld bedroeg 19,3 miljard dollar. Het bedrijf slaagde er niet in om de impasse met Chubb (verzekeraar van 16 boorschepen in aanbouw) te doorbreken. De waarde per schip werd geschat op een bedrag tussen 800 en 900 miljoen dollar.

Bron: Estadão

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s