Marta Suplicy: Lula was een macho

Marta-Suplicy-01

Marta Suplicy (73) besloot om haar rijk gevulde politieke carrière de rug toe te keren. Die carrière begon in 1981 toen ze zich aansloot bij de arbeiderspartij PT. Haar toenmalige echtgenoot Eduardo Suplicy was mede-oprichter van de partij, een jaar eerder. Marta was o.m. volksvertegenwoordiger, burgemeester van São Paulo, minister van cultuur, minister van toerisme en senator. In april van 2015 stapte ze uit de arbeiderspartij en vervoegde enkele maanden later de (P)MDB. Haar besluit om de politiek te verlaten leidde tot een interview door Juliana Linhares van Universa (UOL). Hieronder een vertaalde samenvatting.

Over haar persoonlijk leven:

“Ik deed het allemaal op mijn manier, volgens mij de juiste manier, ondanks de kritiek die op mij geleverd werd. Ik moet daar soms zelfs mee lachen. Ik heb de meest moeilijke beslissingen moeten nemen in mijn politiek en persoonlijk leven. Het is niet makkelijk om na 33 jaren huwelijk te scheiden op het moment dat je net verkozen bent, enkel omdat je verliefd werd op iemand anders. Een man zou het niet doen. Ik deed het en betaalde daar een prijs voor. Maar ik heb er geen spijt van”.

Over haar beslissing om de politiek te verlaten:

“Ik heb besloten om uit de politiek te stappen omwille van de conservatieve golf die het parlement overspoelt. De senaat is erg ingewikkeld. Je wordt er geconfronteerd met projecten die het persoonlijk gewin op het oog hebben en dan moet je proberen te begrijpen wie er voordeel mee heeft. En dan moet je akkoord gaan met de aanduiding van iemand voor een bepaalde functie waarvan je weet dat hij/zij niet de meest geschikte persoon is. En dat heb ik het nog niet over de achteruitgang van onze maatschappij. Het zal niet beteren in het parlement”.

Zij werd niet aangeduid door haar partij (MDB) als een mogelijke presidentskandidaat, net als jaren geleden toen de PT de voorkeur gaf aan Dilma Rousseff. Speelt dat mee in die beslissing?

“Neen. Ik heb nooit een stap gezet in die richting. Wellicht zou ik het wel aardig gevonden hebben dat de PT mij aanduidde, maar het werd Dilma; niet ik. Ik maakte een reis met Lula en hij zei me dat zijn opvolger een vrouw zou zijn. Ik dacht: dat wordt Marina (Silva), ik of Dilma. Marina ging het niet worden, zij had voortdurend conflicten met de regering. En toen werd plots gepraat over “Mãe do Pac” (moeder van het project PAC – Programa de Aceleração do Crescimento) en ik begreep dat Dilma de opvolgster zou zijn. Ik dacht: dan zal ik haar moeten verdedigen. In São Paulo wilde men haar niet. Ik ging praten met gemeenteraadsleden en volksvertegenwoordigers en slaagde erin om haar te te laten aanvaarden. En toen kreeg zij kanker. Ik organiseerde een lunch bij mij thuis, samen met enkele vrouwen uit de communicatiesector zoals Mônica Waldvogel en Ana Maria Braga. Dilma charmeerde, destijds met een pruik, en ik steunde haar heftig. Later kwam ik tot het besef dat zij niet geschikt was voor de job en mijn bewondering zakte”.

Marta-DilmaMarta Suplicy en Dilma Rousseff, in 2010.

Over de afzetting van Dilma (Marta stemde voor):

“Ik zag Dilma altijd als vrouw en als politicus. Mijn houding tijdens de stemming over haar afzetting was geen stem tegen een vrouw, maar wel tegen haar gebrek aan bekwaamheid. Ik was van mening dat haar afzetting geen grote repercussie zou kennen omdat het om een vrouw ging. Haar kandidatuur was fout. Het was een beslissing van Lula. Hijzelf gaf toe dat zij een “poste” was (vervanger, een kandidaat die het publiek niet echt aanspreekt, te weinig initiatieven neemt, afhankelijk, gemakkelijk te manipuleren). Met Fernando Haddad hebben we een nieuwe “poste”. Ik ben niet van plan om op hem te stemmen, tenzij hij de tweede ronde haalt samen met Bolsonaro. Dan zal ik mijn mening moeten herzien, uiteraard. Ik wil niet op hem stemmen omdat hij geen goede burgemeester was van São Paulo. Ik ben van mening dat hij ook geen goede president zou zijn. Haddad is een academische figuur, geen doorslaggevende politicus”.

Over haar relatie met Lula:

“Ik hoorde nooit bij zijn intieme kring, maar we hadden een goede relatie. Ten tijde van zijn vakbondsperiode was hij erg machistisch. Homoseksualiteit was voor hem een afwijking, een ziekte. Wat dat betreft oefende ik een grote invloed op hem uit, net als binnen de partij. Lula was als een spons. Hij leerde iets en wat later gaf hij er lessen over. Ik benaderde hem het meest toen ik besefte dat Dilma een ramp zou veroorzaken mocht zij herverkozen worden, en was van mening dat hij terug kandidaat moest zijn. Maar hij nam een laffe houding aan. Hij sprak negatief over haar maar stelde zich niet tegen haar op. Kort daarna stapte ik uit de partij. De corruptieschandalen kwamen naar boven en ik kon me niet meer verzoenen met het presidentschap van Dilma”.

Over emoties:

“Ik begin de politiek al te missen, maar ik zal politiek voeren op een andere manier, en dat stimuleert mij. In het parlement heb ik mijn deel al geleverd. Als volksvertegenwoordiger en senator zorgde ik voor projecten waardoor er meer vrouwen werden opgenomen in de partijen, en streed ik voor de rechten van homoseksuelen, hun recht om te huwen, thema’s als abortus. Ik verlaat de senaat maar liet er een project achter, verplichtend dat er voor elke twee vrije stoelen in de senaat, minstens eentje bezet wordt door een vrouw, dit totdat vrouwen minstens 30% uitmaken van het totaal. Volgens berekeningen kan het nog 100 jaren aanslepen vooraleer we dat aantal bereiken. Er zijn collega’s die het spijtig vinden dat ik ermee stop. José Serra (PSDB) zei me dat ik zeker herverkozen zou worden. Ik antwoordde dat ik dat wel wist. Maar ik heb andere vooruitzichten. Mogelijk krijg ik er nog spijt van, maar dat zou dan wel de eerste keer zijn. Maakte ik fouten? Als ik erover nadenk, dan scoorde ik vaker goed dan fout. Misschien had ik beter niet deelgenomen aan de jongste gemeentelijke verkiezingen, voor het burgemeesterschap. De situatie sprak niet in mijn voordeel. Er was de PT, de kerk van Celso Russomanno (PRB) en João Doria, met een sterke partij achter zich (PSDB)”.

Over haar scheiding en machisme:

“Mijn beslissingen kunnen als machistisch beschouwd worden, so what? Ik huwde op mijn twintigste, had een publiek leven, publiceerde negen boeken en dat allemaal onder de aangenomen naam van mijn echtgenoot. Hoe keer je terug naar je eigen naam na een politieke carrière die langer duurde dan de tijd onder mijn meisjesnaam? Eduardo ging toen akkoord. En hoeveel mensen spiegelen zich daar niet aan, zeggende “moedige vrouw”? Ik betaalde daar een prijs voor. Mensen bleven daar jarenlang over praten en Eduardo stimuleert dat nu”.

Waarom werd zij geen kandidaat vicepresident naast partijgenoot Henrique Meireles?

“Omdat ik al besloten had om wat anders te doen. En omdat hij niet past in mijn mening over wat een goede regering zou moeten zijn. Hij is goed voorbereid, maar ik hoor hem nooit praten over sociale thema’s. Ik zie bij hem geen bezorgdheid hieromtrent. En dat is voor mij net het voornaamste”.

Bron: Universa

Foto: Fabio Rodrigues Pozzebom - Agência Brasil - Wikimedia Commons