Belastingen in Brazilië, scheve verhoudingen

Leao

De fiscale politiek van Brazilië is een van de valkuilen waarin investeerders en emigranten in terecht komen, zich een hoedje schrikkend op het moment van de afrekening. Het onderwerp zou een prioriteit kunnen (moeten) vormen in de komende verkiezingsdebatten. Immers, het gaat om veel meer dan het dekken van de staatsuitgaves, de (enorme) overheidsschuld, om nog maar te zwijgen van astronomische kosten om het overheidsapparaat in stand te houden.

De geheven belastingen zijn niet alleen complex, maar ook onrechtvaardig. In tegenstelling tot Europese landen en de Verenigde Staten, gaat het in Brazilië voornamelijk op belastingen die geheven worden op verbruiksgoederen, de zogenaamde indirecte belastingen, en minder op het inkomen. In Brazilië bedraagt de verhouding 44% op verbruik, en 21% op het inkomen. Ter vergelijk: in de Verenigde Staten gaat het om 18% op verbruik en 44% op inkomens.

Uitgekeerde dividenden zijn belastingvrij. Een werknemer met een maandloon tussen R$ 2.826,60 en R$ 3.751,05 moet 15% van zijn inkomen afdragen aan vadertje staat. Vanaf R$ 4.600,00/maand stijgt dat tot 27,5% inhouding aan de bron. Deze tarieven gelden al sinds 2015. Banken en grote bedrijven betalen in verhouding veel minder.

De heffingen om de sociale zekerheid te bekostigen (die tot op vandaag ruim onvoldoende zijn) bedragen gemiddeld 26% (INSS, FGTS, Pis en Pasep – wie weten wil wat dat betekent, via Google komt u het snel aan de weet). Enkel Frankrijk is duurder met 38%. Verenigde Staten: 23%. Argentinië: 21%. Groot Brittanië: 19%. Canada: 16%.

Enkel al de heffingen op electriciteit, brandstoffen en water, of niet bewerkte voedingsmiddelen, ontnemen een aanzienlijk stuk van de koopkracht van gewone werknemers. De belastingdruk van de rijken van Brazilië daarentegen, is 30% lager dan die van dezelfde groep in Frankrijk en Argentinië, en bijna 50% lager dan die van de Verenigde Staten.

Tot nog toe stond er geen enkele presidentskandidaat recht om te verklaren dat hij/zij iets zou doen aan die scheve toestanden, ook niet aan een belastinghervorming die de complexiteit en bureaucratie zou aanpakken. Een vereenvoudiging van de fiscale regels zou het bedrijfsleven ten goede komen, en nog geen klein beetje. Het risico op een kleine fout is groot, met alle gevolgen vandien. Een fiscal (inspecteur) heeft het recht om alles te controleren van de 5 jongste jaren van het bedrijf. Indien daarbij een onregelmatigheid ontdekt wordt, volgens zijn of haar inzicht, kan er onmiddellijk een betaling opgeëist worden, inclusief zware boetes en intresten. Of dat nog niet volstaat, moeten ondernemers rekening houden met drie verschillende fiscale niveau’s met verschillende tarieven en dito regels: federaal, deelstaat en gemeentelijk. Zelfs een goede boekhouder heeft er soms moeite mee.

Waarom eenvoudig als het ook moeilijk kan, dat lijkt wel de regel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s