Jose-Dirceu

Vier eigendommen, geregistreerd op naam van ex-stafchef José Dirceu (PT) en familie, zullen op 26 april geveild worden via het internet. In totaal gaat het om een geschatte waarde van iets meer dan 11 miljoen reais. Het bevel tot de veiling werd gegeven door rechter Sergio Moro, verantwoordelijk voor het onderzoek in de affaire Lava Jato in 1ste instantie.

Dirceu (foto boven) werd tweemaal veroordeeld voor corruptie, bendevorming en witwassen van smeergelden in de Lava Jato affaire, waarvan een veroordeling reeds bevestigd door de 2de instantie. In het totaal cumuleerde Dirceu een straf van 42 jaren en 10 dagen gevangenisstraf en zal hij nog terechtstaan in een derde proces dat op 21 februari van dit jaar werd geopend.

De eigendommen worden apart geveild. Een ervan betreft het kantoor van de ex-minister waar zijn privé bedrijf JD-Assessoria actief was, in de wijk Ibirapuera in São Paulo. De kantoren hebben een oppervlakte van 501 m2 en de waarde werd geschat op 6 miljoen reais. Verder is er een appartement van 200 m2, geregistreerd op naam van Dirceu’s dochter, geschat op 750.000 reais; een ‘chácara’ (buitenverblijf) in Vinhedo (SP) met een geschatte waarde van 1,8 miljoen, en een woning van 1.300 m2 in Passa Quatro (Minas Gerais), geschat op 2,5 miljoen reais.

Hoe verzamelt een (ex) politicus een dergelijk patrimonium?

Dirceu heeft een lange geschiedenis achter de rug als politieke militant, ten tijd van de militaire dictatuur in Brazilië. Hij werd toen ook al gearresteerd en bracht nadien geruime tijd door in Cuba waar hij studeerde, werkte en militaire training ontving o.l.v. commandant Fidel Castro. In 1971 keerde hij terug naar Brazilië en leefde er incognito tot in 1979. Zelfs zijn echtgenote bleef verstoken van zijn echte identiteit. Later verkreeg hij amnestie en begon hij te werken als advokaat. Dirceu werd lid van de arbeiderspartij PT en begon aldus een politieke carrière die resulteerde in een verkiezing als volksvertegenwoordiger. Hij werd ook driemaal verkozen als voorzitter van die partij. In de eerste regering van Lula werd hij aangesteld als “Ministro da Casa Civil” (stafchef). In 2005 moest hij aftreden wegens betrokkenheid in het mensalão-schandaal. Hij verloor ook zijn politieke mandaat als volksvertegenwoordiger. Het zou nog duren tot 2013 vooraleer hij voor het eerst achter de tralies belandde.

Noch de honoraria als advokaat en de vergoedingen voor het uitoefenen van een politiek mandaat volstaan om een patrimonium op te bouwen van meer dan 11 miljoen reais. Dit geldt ook voor vele andere politici, al dan niet reeds veroordeeld wegens corruptie.

Het zou oneerlijk zijn om enkel de arbeiderspartij PT aan te duiden als zondebok. Politici als Eduardo Cunha (ex-kamervoorzitter, MDB), Geddel Vieira Lima (MDB), Sergio Cabral (MDB), Aécio Neves (PSDB), al dan niet achter de tralies, bewijzen het tegendeel. En dan zwijgen we nog over alle namen in onderzoek: ex-ministers en parlementsleden Ricardo Berzoini, Jaques Wagner, Erenice Guerra, Delcidio Amaral, José Sérgio Gabrielli (ex CEO van Petrobras), Paulo Okamoto (ex-voorzitter Sebrae), Giles Azevedo (ex-raadgever Dilma Rousseff), Gleisi Hoffmann (voorzitster PT) en echtgenoot Paulo Bernardo e.v.a.

Voor een buitenstaander in Brazilië kan het overkomen als “corruptie zit in de genen van de Brazilianen”. Fout.

Moraal van het verhaal

Wie in Brazilië woont kan het getuigen: de meeste gewone burgers zijn eerlijke en hardwerkende mensen die hun buik vol hebben van al die corruptie, snakkend naar een normaal leven waar men in alle veiligheid over de straat kan lopen, waar men kan rekenen op een goede gezondheidszorg, goede wegen om zich te verplaatsen, goede scholen om hun kinderen een betere toekomst te bieden.

Saude-PublicoEeen goede gezondheidszorg, niet wachtend op enige hulp in de gangen van een publiek hospitaal zoals hier te zien.

Mensen als José Dirceu (en alle andere corrupte politici) stellen hun kiezers teleur. Zij geven de indruk dat een politiek mandaat een vrijgeleide is om in de eerste plaats hun eigen situatie te verbeteren, tot in het absurde toe. Politici worden echter verkozen om te dienen, niet om bediend te worden. De arbeiderspartij PT en de geallieerde (P)MDB waren meer dan 13 jaren aan de macht en het resultaat is bepaald bedroevend. Ook de oppositie heeft boter op het hoofd en stelde hun kiezers teleur. Dit alles proberen weg te moffelen achter een polariserend gordijn is hypocriet, en het is dan ook begrijpelijk dat de Braziliaanse kiezers wat verloren lopen in dit verhaal, zonder goed te weten op wie men nu eindelijk moet stemmen (in oktober van dit jaar) om het land te redden.

Extreem rechts (Jair Bolsonaro) kan mogelijk de vruchten plukken van dit alles, zeker als extreem links (Lula) buiten spel gezet wordt door al die gerechterlijke problemen. Een echt alternatief heeft zich tot op vandaag niet aangeboden. Rijkeluiszoontje Guilherme Boulos, leider van de beweging MTST (Movimento dos Trabalhadores Sem Teto – daklozen) sluit zich nu plots aan bij de linkse partij PSOL om presidentskandidaat te worden, dit nadat het nu wel duidelijk is dat Lula en de PT het kunnen schudden. Naast hem zijn er genoeg andere (kansloze) kandidaten als Marina Silva, Ciro Gomes e.a. De PSDB mikt op het presidentschap met gouverneur Geraldo Alckmin (SP), niet gehinderd door enige populaire uitstraling. Zowel links als rechts Brazilië, inclusief de drie machten, geven de indruk dat “ons kent ons” belangrijker is dan de problemen van João Modaal. De enige troost van de Braziliaanse bevolking: time is on their side.

Foto´s: Fabio Rodrigues-Pozzebom - Agencia Brasil